headerbanner

Vanaf het einde van de 19e eeuw vestigen zich in Sas van Gent fabrieken, waardoor het spoedig uitgroeit tot de eerste industriestad van Zeeland. Daaraan ging een drama van ruim tweeëneenhalve eeuw vooraf met de verbinding door de Sassche Vaart, die ontstond op initiatief van Gent en die de stad alleen maar een hoop geld kostte. Dat staat beschreven in het verhaal Sas van Gent is een dure grap. Hieronder een historisch overzicht van de voornaamste bedrijven in Sas van Gent, aan de hand van de producten.

Meel

De molen op het bolwerkDe molen op het bolwerkDominicus Verschaffel koopt in 1830 de standerdmolen op het Generaliteitsbolwerk en vervangt deze door een stenen exemplaar, waarvan de romp nog bestaat. Hij maalt er aanvankelijk tarwe en rogge mee en begint in 1843 met het slaan van olie. Verschaffel krijgt in 1848 vergunning voor het plaatsen van een stoommachine achter de molen. Daarna komen er nog drie bij.

De zaken gaan zo goed dat zoon Johannes Verschaffel in 1867 aan de huidige Wilhelminalaan een meelfabriek opent. Hij doet dat samen met de Gentse industrieel Harold Mechelynk, die voor tweederde van het benodigde kapitaal zorgt. Zo ontstaat de firma J. Verschaffel & H. Mechelynk. Later wordt de naam N.V. Walzenmolen Sas van Gent aangehouden.

De fabriek wordt in 1893 vernieuwd. Dat heeft alles te maken met het vervangen van de molenstenen door stalen walsen, die beter blijken voor het maalproces. De in 1889 in Middelburg geopende fabriek werkt er in Zeeland als eerste mee. Na een brand in 1901 wordt de fabriek reeds het jaar daarop in vergrote vorm heropend. De bloem die de fabriek verlaat is bestemd voor bakkerijen, maar ook voor de beschuiten van Bolletje en voor hosties.

De familie Verschaffel doet de onderneming in 1988 over aan Wessanen. Dat voedingsconcern stoot de maalactiviteiten in 1992, waarna het bedrijf in handen komt van Meneba (N.V. Meelfabrieken der Nederlandsche Bakkerij). De sector verkeert dan in een fase van concentratie. Alleen grote meelfabrieken overleven dat en zodoende valt in 1993 het doek.

De gemeenteraad besluit vervolgens met algemene stemmen tot sloop van het bijzonder beeldbepalende pand. Niets lijkt afbraak in de weg te staan, maar dan komt de plaatselijke Heemkundige Kring in het geweer, wat in 1994 leidt tot het oprichten van de Stichting tot Behoud van de Walzenmolen.

De actie mislukt, mede doordat het gemeentebestuur het grote gebouw in de verpauperde binnenstad beschouwt als een sta-in-de-weg. Een bestuurslid van de stichting verklaart daarover later in dagblad De Stem ,,Nog nooit heb ik het ambtelijk apparaat van Sas van Gent zo snel zien werken. Bij het gemeentebestuur is absoluut geen wil geweest het historische pand voor het nageslacht te bewaren". Zodoende gaat de oudste fabriek van de stad in 1995 tegen de vlakte als een late misdaad tegen de industriële architectuur.

Alleen de romp van de molen waar het allemaal mee begon staat er nog. Het beeld van Sas van Gent zou aan aanzien winnen wanneer het gemeentebestuur er na tientallen jaren van vergeefs streven alsnog in slaagt om die te restaureren. Het is nota bene de enige achtkante stenen grondzeiler van het land. Herstel maakt de pijn over de teloorgang van de meelfabriek en ander moois een stuk draaglijker.

Suiker

In 1872 volgt de oprichting van het tweede industriële bedrijf. Dat is de NV Zeeuwsche Beetwortelsuikerfabriek Sas van Gent. Zeeuwse boeren telen dan massaal bieten. Voor velen is het de opvolger van de meekrapteelt, die de provincie Zeeland eeuwenlang profijt bracht. De fabriek wordt gefinancierd door investeerders uit de streek en uit België. Onder hen is Harold Mechelynck, die ook betrokken was bij De Walzenmolen. Zowel in 1876 alsook in 1882 volgt liquidatie omdat de zaken slecht renderen. Beide malen volgt echter hervatting van de productie. Vanaf 1882 gebeurt dat onder de firmanaam NV Beetwortelsuikerfabriek Sas van Gent.

In 1890 komt er een tweede onderneming bij. Dat is de Eerste Nederlandsche Coöperatieve Beetwortelsuikerfabriek (ENCB). Door hevige concurrentie komt het tot fusies. Zodoende gaat de N.V. Zeeuwse Beetwortelsuikerfabriek in 1942 op in de CSM (Centrale Suiker Maatschappij). De Coöperatieve wordt in 1970 onderdeel van de Suiker Unie. De schaalvergroting leidt tot het verdwijnen van steeds meer ondernemingen. Dat lot treft uiteindelijk ook Sas van Gent. De fabriek van CSM sluit in 1986 en die van de Suikerunie in 1990. De suikerloods van de laatste onderneming biedt sinds 2015 onderdak aan het Industrieel Museum Zeeland.

Glas

Sporen van de glasfabriek in het museumSporen van de glasfabriek in het museumRuim een eeuw lang speelt de stad een belangrijke rol op het toneel van de glasindustrie. Dat begint in 1899 met de oprichting van De NV Nederlandsche Glassmelterijen. Aan de wieg ervan staan investeerders uit Brussel. Daarom draagt de onderneming ook de Franse naam SA Glaceries Néerlandaises. De initiatiefnemers kiezen voor Sas van Gent wegens de ligging aan het spoor en het water en het voorhanden hebben van goedkope arbeidskrachten, vooral in België. Het is de eerste fabriek in Nederland die spiegelglas maakt. Later zal het bedrijf zich toeleggen op de productie van veiligheidsglas, autoruiten (DAF, Volvo en Ford) en glas en andere decoratieve producten voor gevelwanden.

Vanwege de moordende concurrentie dreigt al na enkele jaren het faillissement. De Franse fabriek SA Manufactures des Glaces et Produits Chimiques de Saint Gobain, Chauny et Cirey neemt de zaak echter over in 1904. De fabriek in Sas van Gent wordt vervolgens voortgezet onder de naam NV Nieuwe Nederlandse Maatschappij tot het Vervaardigen van Spiegelglas.

Glas uit Sas: Nederlands Instituut Beeld en geluidGlas uit Sas: Nederlands Instituut Beeld en geluidOmdat de onderneming in 1914 uitbreidt met een fosfaatfabriek wijzigt de naam in NV Nieuwe Nederlandse Maatschappij tot Vervaardigen van Spiegelglas, Glazen Voorwerpen en Chemische Producten. Lees voor de geschiedenis van de fosfaatfabriek verder onder het kopje chemie.

De fabriek legt zich vanaf 1967 onder meer toe op het produceren van glas dat toepasbaar in gevels. De naam verandert daarna in Sas Glas. De gevels van beroemde gebouwen worden verfraaid met de producten van dit mooie innovatieve bedrijf. Voorbeelden zijn het Wembley-stadion in Londen, het Operahuset in Kopenhagen, het parlementsgebouw (Witte Huis) in Moskou, het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum en het World Trade Center in Rotterdam. Sas Glas trad zo in de voetsporen van moederbedrijf Saint Gobain dat in 1684 het materiaal leverde voor de Spiegelzaal van het paleis te Versailles. Het is zonder meer tragisch dat de onderneming in 2014 moest sluiten na tien verliesgevende jaren.

Kunstmest

RossierRossierDe uit de glasonderneming voortgekomen fosfaatfabriek biedt al kort na de stichting in 1914 werk aan 500 mensen en behoort dan tot de grootste van Europa. Het bedrijf produceert onder andere kunstmest en zwavelzuur en telt in 1929 ruim 850 werknemers. De crisis in de Dertiger Jaren leidt tot enorme verliezen, zodat er in 1940 minder dan 200 mensen in dienst zijn. Na de Tweede Wereldoorlog volgt herstel, zodat er begin jaren vijftig ongeveer 500 mensen een bestaan vinden. In 1962 volgt losmaking van de glasfabriek en gaat het bedrijf zelfstandig verder onder de naam Zuid-Chemie. Die verandert in september 2009 in Rosier. Het bedrijf produceert jaarlijks zo’n 500.000 ton kunstmeststoffen. Klik hier voor website bedrijf. 

Stijfsel, glucose en zetmeel

De NV Stijfsel- en Glucosefabriek ‘Sas van Gent’ aan de Nijverheidsstraat ontstaat in 1911 als NV Zeelandia. Het bedrijf verwerkt tarwe en maïs tot stijfsel en produceert vanaf 1924 ook glucose. Stijfsel was tot in het derde kwart van de 20e eeuw een heel courant product. Het diende onder meer om overhemden, schorten, kragen en tafelkleden na de was langer in goede vorm te houden. Glucose, ook dextrose genoemd, bindt zich gemakkelijk met water en is ook een bestanddeel van voedingsmiddelen, snoep en medicijnen. De fabriek verwerkt voor deze producten dagelijks circa 50 ton tarwe. Die wordt per schip aangevoerd. De onderneming van de Belgische investeerders Fernand Jamar en Lucien Callebaut heeft haar hoofdkantoor in Brussel. De Eerste Wereldoorlog betekent door de gebrekkige aanvoer van grondstoffen bijna het einde van het nog jonge bedrijf. Zowel in 1914 als ook in 1918 valt de onderneming daardoor helemaal stil, maar in 1919 kan de fabriek weer opstarten.

De Amerikaanse Corn Products Company (CPC) neemt het bedrijf in 1927 over en breidt de fabriek fors uit. De naam verandert dan in de NV Stijfsel- en Glucosefabriek ‘Sas van Gent’. De arbeidsvoorwaarden zijn niet al te best waardoor op 21 september 1929 een staking uitbreekt die voortduurt tot 5 december van dat jaar. De bevolking van Sas van Gent en omstreken toont zich massaal solidair en geeft gul om de stakers van het nodige te voorzien. De directie geeft echter geen krimp en haalt tot uit Italië werkwillige arbeiders. Zodoende draait de fabriek gewoon door en verloopt de staking tenslotte.

Een uitvloeisel van de acties is de stichting van een Werkliedencomité, die als ondernemingsraad functioneert. In 1932 ontstaat hieruit ook de plaatselijke voetbalvereniging Corn Boys. De firma neemt per 1 januari 1935 de Stijfsel- en Glucosefabriek Verwey & Spoorenberg’s Fabrieken in Tiel over. Die gebruikt aardappelmeel als basis voor de productie.

Bijna altijd liggen er één of meer schepen voor de kade van Cargill Bijna altijd liggen er één of meer schepen voor de kade van Cargill Ook de Tweede Wereldoorlog leidt tot grote problemen. De aanvoer van maïs valt stil. Dan wordt gekozen voor aardappelmeel, dat wordt omgezet in aardappelgries, ook aardappelwalsmeel genoemd, eveneens een bindmiddel. Door de problemen halveert het personeelsbestand. Na de bevrijding in 1944 draait de fabriek weer als vanouds.

Witte Donderdag 3 april 1958 is een zwarte dag, want een explosie kost een werknemer het leven, terwijl er veertien gewond raken. De ontploffing veroorzaakt ook grote materiële schade. Deze tegenslag wordt in 1962 gevolgd door de grootse viering van het vijftigjarig bestaan.

De onderneming fuseert op 1 januari 1966 met Duryea (Zeeuwse Appelstroop) in Amsterdam en Cosmonda Levensmiddelen (Knorr) in Nieuw-Loosdrecht. Op 1 oktober 1987 volgt overname door de Italiaanse Gruppo Ferruzzi en krijgt de fabriek de naam Cerestar. In 2002 komt Cerestar in handen van het Amerikaanse Cargill-concern. Vanaf 2006 krijgt de fabriek ook de naam Cargill. In 2011 neemt Cargill van Royal Cosun naaste buur Nedalco over. Het terrein van de alcoholproducent wordt vervolgens geïntegreerd op het terrein van Cargill. Klik hier voor website bedrijf. Rust en werk: Cargill-fabriek met de jachthaven als voorgrondRust en werk: Cargill-fabriek met de jachthaven als voorgrond

Graan

De meelfabriek is verdwenen, maar sinds 2014 is in Sas van Gent opnieuw een graanbedrijf actief. Het gaat om de firma Doens aan de Westkade 20. Dit bedrijf is een belangrijke Europese speler op de markt voor biologische voedings- en voederingrediënten. Het aardige is dat het in 1891 allemaal begon met één persoon, namelijk de molenaar van IJzendijke. Zijn windgemaal staat nog steeds aan de Biestraat op de vestingwal. In IJzendijke is aan de Oranjestraat de andere vestiging van het bedrijf te vinden. In Sas van Gent is het internationaal opererende bedrijf Doens sinds 2014 gehuisvest in het pand van Sas Glas, dat in dat jaar failliet ging. Voor die plek is gekozen door de ligging aan het Kanaal Gent Terneuzen.  

Gietwerk

Naast Doens is aan de Westkade 18 een eveneens interessante onderneming gevestigd. Dat is ZVG (Zeeuws Vlaamse Gieterij B.V.). Die onderneming is gespecialiseerd in het maken van kwalitatief hoogwaardig zandgietwerk met een hoge vormtechnische en metallurgische moeilijkheidsgraad. ZVG richt zich op flexibiliteit. Daardoor kan het gevraagde vaak in verrassend korte tijd geleverd worden. Onder de klanten zijn gerenommeerde staalbedrijven, maar tot het gietwerk behoren ook kunstwerken. De ZVG levert producten in gietstaal, gietijzer aluminium en brons.

Klik hier om een reactie te plaatsen