headerbanner

Wilhelminadorp is de enige plaats in Zeeland die een combinatie vormt van een dorpskern en één groot agrarisch bedrijf, namelijk de Koninklijke Maatschap Wilhelminapolder. De geschiedenis van het dorp is gestempeld door rijke ondernemers, bekwame directeuren en begaafde dominees. De aanwezigheid van diverse karakteristieke gebouwen geven Wilhelminadorp een voorname uitstraling.

Het ontstaan van Wilhelminadorp in de Wilhelminapolder is mede te danken aan de indertijd populaire Lodewijk Napoleon, broer van de beroemde keizer. Hij draagt tijdens zijn bewind de titel Koning van Holland, maar bestuurt heel Nederland, afgezien van gebieden die tijdens de Franse tijd toebehoren aan Frankrijk. Daaronder vallen van 1794-1815 Zeeuws-Vlaanderen en een groot deel van Nederlands Limburg.

Hoge kosten

Lodewijk NapoleondLodewijk NapoleondDe geschiedkundige Pieter Jan Bouman meldt in 1946 in een publicatie van het Zeeuwsch Genootschap dat er al in het derde kwart van de achttiende eeuw plannen bestaan voor het inpolderen van het gebied. Het komt er niet van door de hoge kosten. Voor het werk moet namelijk het havenkanaal tussen Goes en Schelde worden verlegd. Bovendien is men bij bedijking verplicht een weg aan te leggen langs dat kanaal.

Ondanks deze voorwaarden besluiten 24 Rotterdamse ondernemers in 1809 het gebied aan te kopen en te bedijken. Zij bezitten allen één of meer van de 37 aandelen. Dat investeren gebeurt niet uit ideële overwegingen, maar is deels een gevolg van het Continentale Stelsel dat Napoleon invoert in 1806. Dat betekent een handelsboycot van Groot-Brittannië, zodat rijke heren andere wegen zoeken om te kunnen investeren. De meeste Rotterdamse handelaars die erbij betrokken zijn kennen elkaar van jachtpartijen op de Bevelandse schorren. De historicus Gerard Lepoeter stelt in het artikel dat hij in 1984 in het Zeeuws Tijdschrift publiceert bij het 175-jarig bestaan van de polder, dat de investeerders waarschijnlijk ook worden gedreven door belastingtechnische motieven. Klik hier voor verhaal Lepoeter. 

Engelse invasie

Nadat Lodewijk Napoleon toestemt in de bedijking wordt deze nog in hetzelfde jaar ter hand genomen. Maar het gaat niet van een leien dakje. Engelse troepen die in 1809 op Walcheren beginnen aan hun mislukte poging om Nederland te veroveren, richten de nodige schade aan. Bovendien valt het karwei ten prooi aan dijkval en ander ongerief. Uiteindelijk worden de dijken gesloten en krijgt het gebied de naam Lodewijkspolder. In 1815 wijzigt die in Wilhelminapolder, naar de echtgenote van koning Willem I, die dan wordt ingehuldigd als vorst over het Koninkrijk der Nederlanden. De eigenaars zijn van plan de gronden na het gereedkomen van de polder te verkopen. De grondprijzen zijn echter laag en daarom besluiten ze vervolgens om zelf de polder te exploiteren als één bedrijf, namelijk de Koninklijke Maatschap de Wilhelminapolder. Nog altijd is dit een van de grootste landbouwondernemingen van Nederland. Tot het gebied van de Maatschap behoort ook de Oost Bevelandlandpolder, welke in 1809 is aangekocht. Deze ligt ten westen van de buurtschap Goese Sas. Het domein beslaat 1700 ha, waarvan ruim 1300 ha akkerbouwgrond. Op het hoogtepunt zijn er 300 landbouwarbeiders in dienst op de zes boerderijen Dat aantal decimeert in de 20e eeuw door de mechanisatie.

©Google Maps©Google MapsDynastie Van den Bosch

Iman van den Bosch vernoemdIman van den Bosch vernoemdDe maatschap is altijd gerund als een door een directeur geleid bedrijf. De eerste drie zijn leden van de familie Van de Bosch. Deze mannetjesputters weten de polder uit te bouwen tot een solide onderneming die zelfs winstgevend wordt gehouden tijdens de landbouwcrisis in de tweede helft van de 19e eeuw. De eerste is Gualtherus Jacob van den Bosch (Sommelsdijk 1767- Wilhelminadorp 1836) die vanaf 1813 tot aan zijn overlijden zich met groot enthousiasme kwijt van zijn taak. Onder zijn bewind ontstaat Wilhelminadorp. Zijn zoon Iman Gualtherus Jacob van den Bosch (Rotterdam 1798-Wiesbaden 1880) gaat de geschiedenis in als een van de bekwaamste landbouwkundigen uit de 19e eeuw. Hij legt zich toe op het systeem van vruchtwisseling of wisselbouw. Daarbij worden diverse gewassen na elkaar geteeld, hetgeen bodemziekten voorkomt. Iman is ook deskundig op het gebied van de schapen- en rundveefokkerij en heeft ook veel verstand van drainage. Zodoende groeit de Maatschap tussen 1836 en 1864 uit tot een modelbedrijf voor de Nederlandse landbouw. Na het overlijden van Iman treedt diens zoon Gualtherus Jacob van den Bosch aan als derde directeur. Hij bestuurt de polder van 1864-1893 en weet de Maatschap ondanks de internationale crisis draaiende te houden dankzij een goede gewassenkeuze en het meeliften op de mechanisatie. Zo is de Maatschap het eerste landbouwbedrijf in Zeeland dat werkt met stoomploegen.

Andere heren

Steen in meestoof HollandSteen in meestoof HollandMet Gualtherus Jacob komt er een einde aan de dynastie Van den Bosch. De eigenaren van de polder benoemen in 1894 Adriaan Hanken tot directeur. Hij blijft er tot hij in 1936 op 78-jarige leeftijd met pensioen gaat. Het lukt Hanken in 1899 om de rundveestapel tbc-vrij te krijgen, hetgeen in die tijd bijzonder was. Hanken geniet bovendien gezag als paardenfokker. Deze mannetjesputter leidt de Maatschap met strakke hand, maar wordt ook geroemd om zijn sociale houding. Naar hem is een straat vernoemd in het dorp. Abraham Minderhoud volgt Hanken op en leidt de polder van 1936 tot 1957. Hij slaagt erin de onderneming door de crisisjaren heen te loodsen en voert tal van moderniseringen door. Tijdens het bewind van Minderhoud doet de zee van zich spreken. Tussen 1943 en 1945 doet zich dijkval voor waardoor gronden in de Oost-Bevelandpolder worden geïnundeerd. In 1946 vallen deze delen weer droog. Klik hier voor levensloop.

Kolonie

De Maatschap heeft landbouwarbeiders in loondienst. Zij zijn dus verzekerd van een vast bestaan en krijgen ook een woning. De polder wordt in de volksmond ‘de kolonie’ genoemd waar het personeel met handen en voeten aan gebonden is. Tot in de eerste helft van de 20e eeuw moeten arbeiders die werk aannemen van boeren elders onmiddellijk uit de polder vertrekken.

De historicus Jan Zwemer meldt in zijn werk Zeeland 1945-1950 dat de Wilhelminapolder vlak na de Tweede Wereldoorlog kampt met personeelsgebrek. Hij constateert daarbij: ,,De behandeling van de arbeiders had ook in het algemeen nogal te wensen overgelaten.” De historicus Gerard Lepoeter haalt in zijn artikel  ‘Bij het 175 jarig bestaan van de Wilhelminapolder’ (Zeeuws Tijdschrift 1984) een arbeider aan die spreekt van een slavenbestaan. Hij constateert daartegenover dat de sociaaleconomische verhoudingen een genuanceerd oordeel verdienen. Immers waren de arbeiders er ook niet slechter of beter af dan elders. Bij het 150-jarig bestaan in 1959 krijgt de Maatschap het predicaat ‘Koninklijk’. Dat gebeurde mede op grond van het sociaal beleid, dus het zou onterecht zijn de polder te kwalificeren als een strafkolonie. De polder staat overigens ook in de persoonlijke belangstelling van het koningshuis, zo blijkt uit bezoeken van prinses Juliana en prins Bernhard.

Weidse WilhelminapolderWeidse WilhelminapolderSproeivliegtuig

In 1949, zo meldt Zwemer in zijn boven aangehaalde boek, is de Wilhelminapolder het eerste landbouwbedrijf in de provincie Zeeland dat voor het besproeien van akkers met bestrijdingsmiddelen een vliegtuigje inzet. Dat trekt een massa kijkers. De Maatschap blijft ook daarna een toonaangevende onderneming.Hoeve GoenjeHoeve Goenje

Kunstwerk

De viering van het tweede eeuwfeest gaat in 2009 gepaard met een bezoek van koningin Beatrix. De vorstin krijgt bij die gelegenheid het eerste exemplaar overhandigd van het boek ‘200 jaar Wilhelminapolder in gebruik'. Zij bezoekt ook een maquette van het dan nog uit te voeren werk Polder Peil van de Duitse kunstenaar Michael Beutler. De door hem geïnstalleerde negen reusachtige betonnen sculpturen markeren de hoogteverschillen en vormen het grootste landschapskunstwerk van Europa. Klik hier voor uitleg over dit kunstwerk. 

Na de Tweede Wereldoorlog neemt de dominante positie van de Maatschap af. Werken er in 1956 nog 180 mensen, in 2015 was dat aantal teruggelopen tot 18. Klik hier voor nieuws over de polder.  

Boerderij HongersdijkBoerderij HongersdijkDerde dorp

De boerderij aan de Langeweg 10 in de buurtschap Roodewijk herinnert aan het gelijknamige dorp dat hier in de buurt lag. Hongersdijk gaat op 23 november 1334 ten onder door de Sint Clemensvloed. In 1429 volgt er herbedijking en ontstaat een tweede dorp met de naam Hongersdijk. Dat verdwijnt op 14 januari 1551 in de golven door de Sint Pontiaansvloed. Zodoende is Wilhelminadorp het derde dorp in deze omgeving. Het komt op ter hoogte van de brug over het Goese Sas.

Verbouwde meestoof ZeelandVerbouwde meestoof ZeelandMeestoven

Ingang voormalige stoof HollandIngang voormalige stoof HollandIn grote delen van Zeeland is tot in het derde kwart van de 19e eeuw sprake van een bloeiende meekrapcultuur. Uit de meekrapwortel wordt de rode verfstof alizarine gewonnen. Dat kan pas in het derde jaar van de groei. Het oogsten gebeurt met meespaden en is nogal zwaar. Daarvan komt de uitdrukking ‘hij eet als een delver’. Na de oogst worden de wortels gedroogd in meestoven en daar vervolgens gemalen met rosmolens. De teelt verdwijnt geleidelijk nadat de Duitse chemici Carl Gräbe en Carl Lieberman er in 1868 in slagen alizarine synthetisch te vervaardigden. Het is bijzonder dat de twee meestoven van Wilhelminadorp bewaard zijn gebleven. Hoewel alles wat herinnert aan het productieproces is gesloopt, is aan beide panden in Wilhelminadorp nog altijd te zien dat het meestoven waren. Nergens elders in Zeeland zijn er nog twee voorbeelden van te zien in één dorp. Meestoof Zeeland staat sinds 1820 aan de oostzijde van het Goese Sas. Na de teloorgang van de meekrapcultuur diende het pand als graanpakhuis. Aan het eind van de 20ste eeuw is de voormalige stoof verbouwd tot woningen.

De tweede stoof is gebouwd in 1817 en draagt de naam ‘Holland’. Het gebouw staat aan de meestoofweg en biedt sinds de restauratie onderdak aan het kantoor van de Maatschap.

Kerk

De inwoners zijn aan het begin van de 19e eeuw voor de kerkgang op Kattendijke aangewezen. Maatschap-directeur Iman Gualtherus Jacob van den Bosch doet enorm zijn best om te bereiken dat Wilhelminadorp een eigen bedehuis krijgt. Dat valt nog niet mee. De bestuurders in de Nederlandse Hervormde kerk vrezen voor het voortbestaan van de kerk in Kattendijke bij het honoreren van deze wens. Achteraf blijkt overigens dat die in de 21e eeuw nog in gebruik is. Uiteindelijk komt er groen licht, mede doordat de vennoten van de polder besluiten om de helft van de bouwkosten van kerk en pastorie te betalen. Op 7 maart 1841 volgt de officiële ingebruikneming van de kerk aan de Brugstraat. Dat gebeurt tijdens een dienst die wordt geleid door de bekende predikant/historicus Johannes Ab Utrecht Dresselhuys uit het naburige Wolphaartsdijk. De gemeente zingt tijdens de diensten a capella, maar dat behoort vanaf 1917 tot het verleden door de komst van een orgel van de firma A. J. Dekker in Goes.

Fraai interieur

'Tuun'en kansel  van de kerk in Wilhelminadorp'Tuun'en kansel van de kerk in WilhelminadorpDe kerk is gebouwd naar ontwerp van Isaäc Warnsinck (1811-1857). Volgens de Rijksdienst voor de Monumentenzorg is het een ‘eenvoudig zaalkerkje’. Die kwalificatie neemt niet weg dat het interieur de moeite waard is, vooral door het liturgisch centrum (in het Zeeuws: ‘de tuun’), die wordt begrensd door een stalen hekwerk. Daarachter staat de prachtige kansel met klankbord. Het geheel maakt een stijlvolle indruk. De historische band met het polderbestuur wordt in 2009 weer zichtbaar bij de viering van het tweede eeuwfeest, getuige het volgende bericht op de website van de Maatschap: ,,De zondagse dienst van de Protestante gemeente in Wilhelminadorp kreeg op 21 juni 2009 een bijzonder karakter vanwege het 200-jarig bestaan van de Wilhelminapolder. Voorganger was ds H. A. ten Klooster, medewerking werd verleend door muziekensemble ‘Kaaisteker’ en R. Nijsse, organist.”

Dominees

Predikantentableau in consistoriePredikantentableau in consistorieOnder de predikanten die de kerkgemeente van Wilhelminadorp dienden waren diverse markante figuren. Onder hen was de zoon van hoogleraar theologie Johannes Hermanus Gunning jr. Hij studeerde aan de Rijksuniversiteit Utrecht, waar hij in 1881 promoveerde op een proefschrift over de goddelijke vergelding. Gunning was van plan om letteren studeren, maar een ernstige ziekte van zijn vader bracht hem tot een andere keus. Een aanbod om als journalist te werken voor dagblad De Standaard van ARP-voorman Abraham Kuyper sloeg hij af, maar uit zijn carrière blijkt dat hij beschikte over ‘de pen van een die vaardig schrijft’, zoals het is verwoord in het eerste vers van Psalm 45 uit de berijming van 1773.

Gunning publiceert theologisch werk maar ook biografieën. Onder de laatste is een levensbeschrijving van de 19e eeuwse piëtist Huibert Jacobus Budding, die sporen naliet in protestantse stromingen in Zeeland en daarbuiten. Hij krijgt tijdens zijn leven ook bekendheid door de heftige pennenstrijd die hij voert met de priester-politicus Herman Schaepman.

Vermeldenswaard is ook Philippus Kroes (14 april 1934- 7 oktober 2015) die van 1978 tot aan zijn emeritaat in 1991 als dominee was verbonden aan Wilhelminadorp. Hij was digitaal bijzonder actief. Na zijn dood houdt de familie de website in de lucht die de predikant beheerde onder de titel Pastorale Kroes. Klik hier voor site. 

Proefstation

JonagoldJonagoldWilhelminadorp geniet lange tijd ook bekendheid door het in 1901 opgerichte proefstation voor de fruitteelt. Dat wordt gerund door de stichting 'Landelijk centrum voor fruitteeltkundig onderzoek ten behoeve van de fruitteelt in de volle grond', voortgekomen uit 'Zeelands Proeftuin’”. Het proefstation is vanaf 1959 gevestigd in een laboratoriumgebouw. Aanvankelijk wordt gewerkt op 85 are pachtgrond van de Maatschap. De proeftuin dijt daarna uit tot een oppervlakte van 24 hectare, waar peren, appel en pruimenbomen worden gekweekt. Deze inrichting is onder meer van kantoor Zeeuwse Landschap, voorheen proefstationkantoor Zeeuwse Landschap, voorheen proefstationbelang geweest voor de kwaliteitsverbetering van de populaire appelrassen Elstar en Jonagold.

In de glorietijd dekt het ministerie van Landbouw 50 procent van de kosten. De andere helft komt dan voor rekening van de fruittelers, via een heffing per hectare door het Landbouwschap. In 1990 zijn er 45 mensen werkzaam, onder wie 13 wetenschappelijk onderzoekers. Achteruitgang van de fruitsector en bezuinigingen bij Landbouw leiden uiteindelijk tot concentratie van de proefstations op een boerderij bij het Gelderse Randwijk. Zodoende valt in 2000 het doek voor het station waar dan nog zeven mensen werken.

Stichting Het Zeeuwse Landschap koopt het gebouw in 2006 aan en neemt het in 2007 in gebruik als hoofdkantoor. Klik hier voor website. 

Weerstation. Functionaliteit gaat hier heel ver boven schoonheidWeerstation. Functionaliteit gaat hier heel ver boven schoonheidWeerstation

Het KNMI sloot in 2014 om financiële redenen het weerstation in Wilhelminadorp dat daar werkte sinds 1962. De meetpunten in Westdorpe en Vlissingen bleven functioneren. In 2017 volgde de heropening van het station in Wilhelminadorp. De metingen geschieden volautomatisch.

Schoolhoofd vernoemd in straatnaamSchoolhoofd vernoemd in straatnaamStamperius

De Stamperiusstraat en de Openbare Basisschool Stamperius in het dorp herinneren aan de schrijver/onderwijzer Jacob Stamperius. Hij leefde van (1858-1936) en werd bekend door de Drie Japen. Die figureerden in een serie kinderboeken. Stamperius beschreef daarin de avonturen van drie jongens in de Wilhelminapolder. De schrijver zelf was een van de drie jongens. Klik hier voor website van de school. 

Frans Naerebout

Frans Naerebout.Frans Naerebout.Ook Frans Naerebout liet sporen na in Wilhelminadorp. De zeeloods en mensenredder (Veere 30 augustus 1748 - Goes 29 augustus 1818) was belast met het begeleiden van schepen der Oostindische Compagnie. Hij en zijn broer Jacob redden op 25 juli 1779 liefst 87 opvarenden van het compagnieschip Woestduin, dat aan stukken was geslagen op de Noorderrassen. Door deze heldendaad kregen de broers nationale bekendheid. Jaco overleed spoedig daarna, maar Frans verrichtte meer spectaculaire reddingen. Daarvoor werd hij geëerd met gedenkpenningen en in gedichten, maar financieel werd hij daar geen cent wijzer van. Nadat de Compagnie in 1802 het uitreden van schepen naar Indië staakte moet deze mannetjesputter als garnalenvisser in zijn bestaan voorzien. Later verrichte hij weinig lucratieve functies. Naerebout werd 1 maart 1807 benoemd tot lichtwachter van een nieuwe vuurbaak in de Oost-Bevelandpolder. Later werd hij ook nog haven- en sasmeester van het Goese Sas. Koning Willem I benoemde hem uiteindelijk tot Broeder van de Nederlandse Leeuw met een jaarwedde van 200 gulden. Zodoende kon hij zijn laatste levensjaren in Goes financieel onafhankelijk doorbrengen. Daar herinneren twee stenen in de Grote of Maria Magdalenakerk aan deze weldoener. Op de ene staat: ‘Hier rust Frans Naerebout’. Een tweede is opgericht door het Goese departement van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen. Dat verzorgde op 3 september 1818 ook de begrafenis van Naerebout. De hierboven aangehaalde Jacob Stamperius wijdde een boek aan zijn dorpsgenoot. Klik hier voor levensloop. 

Arie Pieter Minderhoud

Ir. Arie Pieter Minderhoud (Wilhelminadorp, 3 maart 1902 - Wageningen, 11 juni 1980) speelde een belangrijke rol in de Zuiderzeewerken. Hij trad in 1946 in dienst van de Directie van de Wieringermeer, die de IJsselmeerpolders in cultuur moest brengen en inrichten. Minderhout werd In april 1954 directeur van de dienst. Hij diende van 1954 tot 1962 als landdrost van het Openbaar Lichaam De Noordoostelijke Polder en van 1955 tot 1963 in het zelfde ambt van het Openbaar Lichaam Zuidelijke IJsselmeerpolders. De functie is vergelijkbaar met die van een commissaris van de koning. Na zijn vertrek uit de polders in 1963 was Minderhoud voorzitter van het bestuur van de Landbouwhogeschool in Wageningen en van de Zuiderzeeraad, een adviesorgaan van de regering inzake de Zuiderzeewerken. In Wilhelminadorp is een straat naar hem vernoemd.

Voormalig kantoor Maatschap aan de Westhavendijk Voormalig kantoor Maatschap aan de Westhavendijk Voorzieningen en verenigingen

...even m'n  brood trekken......even m'n brood trekken...Aan Brugstraat 4 staat het in 1958 op initiatief van de Maatschap Wilhelminapolder gebouwde dorpshuis Het Wilhelminahuis. Het voorzieningenniveau is laag. Levensmiddelenwinkels ontbreken maar sinds 2016 is er wel een broodautomaat aan het dorpshuis. Het ontbreken van voorzieningen wordt door veel inwoners niet als een gemis ervaren doordat Goes dichtbij is. De afstand tot winkelcentrum De Spinne in die stad bedraagt bij voorbeeld 3 kilometer. Fietsen naar de Grote Markt in Goes vergt een afstand van 3,2 kilometer.

Horeca

Aan de Westhavendijk 18, naast de brug over het havenkanaal, is brasserie Over de Kook gevestigd. Klik hier voor website. ©Google Maps©Google Maps

Gemeentebestuur en inwoners

Wilhelminadorp behoorde tot de gemeente Kattendijke. Vanaf de herindeling in 1970 behoort Wilhelminadorp tot de gemeente Goes. Het dorp telde in 1840 501 inwoners en 740 op 1 januari 2019. Belangenvereniging Wilhelminadorp is de schakel tussen bewoners van het dorp en de overheid. Klik hier voor facebookaccount. 

Goese Sas

ZagerkwekerijZagerkwekerijDeze locatie aan het Oosterschelde-uiteinde van het havenkanaal is bekend geworden door het café annex winkeltje dat hier in 1853 is gebouwd. Het winkeltje is verdwenen maar ’t Loze Vissertje bleef, al veranderde de naam in 2019 in De Zeeuwse Kornuit. Vervolgens ging de zaak in 2019 enige tijd dicht om nog in hetzelfde jaar te heropenen onder de oude naam. De zaak is gevestigd aan Het Sas 11, 4475 NA Wilhelminadorp. De tweede horecazaak in het gehucht is café-restaurant Sas 1. Klik hier voor website. 
Aan de oostelijk kant van de sluis bij het Goese Sas ligt zagerkwekerij Topsy Baits. Het is de grootste onderneming van dit soort in heel Europa. Klik hier voor website..
 
Het Goese Sas geniet grote bekendheid bij duikers. Aan de Oosterscheldedijk bij het gehucht liggen duikplaatsen die worden gerekend onder de tien mooiste ter wereld. Klik hier voor meer informatie. 

Veersteiger KatseveerVeersteiger KatseveerKatseveer

Koningin Juliana bezoekt Katseveer in 1960Koningin Juliana bezoekt Katseveer in 1960De naam van het gehucht Katseveer herinnert aan de veerdiensten vanaf deze locatie. Vanaf 1866 was er een pontverbinding met Zierikzee, die in 1961 verdween bij de komst van de Zandkreekdam. Deze maakte ook een eind aan de verbinding met Kortgene op Noord-Beveland. Het veerhuis, de steiger en de ruïne van het huisje der kaartverkopers herinneren nog aan de drukte van weleer. Sinds 1965 biedt her veerhuis onderdak aan het restaurant dat in 2005 een Michelinster ontving. Zodoende kwam Katseveer opnieuw op de landkaart te staan. Klik hier voor website. 

Boven het restaurant bestaat de mogelijkheid tot verblijf. Je moet er een trap voor op, maar hebt dan wel uitzicht over de Oosterschelde. Klik hier voor meer informatie. 

Roodewijk

Dit gehucht ten westen van de weg Zierikzee-Goes N256 (Deltaweg) is aan het begin van de 20e eeuw gesticht door de Wilhelminapolder. Het bestaat uit woningen die waren bedoeld voor arbeiders van de Maatschap.

 

Klik hier om een reactie te plaatsen