headerbanner

De oudste kern van VlissingenDe oudste kern van Vlissingen13e eeuw

Vlissingen ontstaat ten westen van het huidige stadscentrum. De oudst bekende vermelding van de kerk (uiterst links kaartje) is van 1235. Het dorp ligt aan de oevers van een kreek die uitmondt in de Westerschelde. De inwoners leven van de visserij en de zoutwinning. Vlissingen krijgt aan het eind van de 13e eeuw een geweldige impuls wanneer kort voor diens dood in opdracht van de in 1296 vermoorde Graaf Floris de Vijfde van Holland de Koopmans- en de Achterhaven worden aangelegd. Het oudste deel van Vlissingen wordt dan in feite een buitenwijk.

 

 

14e eeuw

De loop is nog steeds terug te zien in de SlijkstraatDe loop is nog steeds terug te zien in de SlijkstraatDe oudste bebouwing van Vlissingen spoelt in de 14e eeuw grotendeels weg. De loop van de kreek waarlangs de kern ontstond is nog altijd zichtbaar in de Slijkstraat en de Breewaterstraat. In 1303 begint de bouw van de Sint Jacobs
kerk in wat uitgroeit tot het centrum van de huidige stad. In de loop van de 14e eeuw verrijzen het koor, een eenbeukig stuk en het onderste deel van de toren. De kerk bereikt pas in 1558 haar huidige omvang.

 

 

 

 15e eeuw

Vlissingen binnen de eerste omwalling Vlissingen binnen de eerste omwalling Vlissingen krijgt in 1477 volwaardige de stadsrechten. De stad wordt een steeds grotere concurrent van Sluis in Zeeuws-Vlaanderen. Daar komen brokken van tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten. De Hoeken strijden tegen het Bourgondische gravenhuis dat regeert over Zeeland, Holland en Vlaanderen. De Kabeljauwen zijn juist op de hand van de machthebbers. Klik hier voor meer informatie. De Sluizenaren staan aan de Hoekse kant. Zij steken Pinsterzondag 22 mei 1485 de Schelde over en trekken moordend en plunderend door Vlissingen. Dat heeft tot dan geen muren of andere versterkingen en is dus een open stad. De actie van de Sluizenaren is voor Philips van Bourgondië, Heer van Vlissingen, aanleiding om de stad in 1489 te versterken met de eerste omwalling. Aan de zeezijde verrijzen stadsmuren, terwijl de stad aan landkant wordt omwald. Aarden wallen zijn namelijk een beter afweermiddel dan stenen muren. De vesting omvat dan het gebied tussen de huidige Coosje Buskenstraat, de Walstraat en de Westerschelde. De Gevangentoren, een restant van de Westpoort, herinnert nog aan deze tijd.

16e eeuw

In de tweede helft van de 16e eeuw Vlak daarna doen zich in Vlissingen gebeurtenissen voor die behoren tot het voorspel van de Tachtigjarige Oorlog. De bevolking van de stad toont zich daarbij heel moedig. Het begint allemaal in 1567 wanneer de Hertog van Alva met een groot leger naar de Lage Landen komt om orde op zaken te stellen na de Beeldenstorm. Klik hier voor meer informatie daarover. Alva heeft van koning Philips de Tweede van Spanje (waar de Nederlanden dan nog onder vallen) ook de opdracht gekregen om het monopolie van de Rooms-Katholieke Kerk te herstellen. Om de schuldigen van de Beeldenstorm te straffen stelt hij de Raad Van Beroerten in. Velen worden ter dood veroordeeld, ook edelen die via een smeekschrift bij landvoogdes Margaretha van Parma pleiten voor het minder streng vervolgen van ketters. Onder de slachtoffers zijn de graven van Egmond en Hoorne. Zij worden onthoofd.

Het harde optreden leidt tot breed ongenoegen onder de bevolking. Dat wordt nog erger wanneer Alva in 1569 een nieuwe belasting invoert, de tiende penning. Hierdoor worden alle producten tien procent duurder. Die heffing moeten de handelaren afdragen aan koning Philips II. Dat vinden heel veel mensen schandalig. Eerst een leger op je dak krijgen, vervolgingen moeten doorstaan en nu ook nog worden afgeperst! Zodoende ontstaat een gunstig klimaat voor de Opstand tegen de Spanjaarden.
Vooral in Vlissingen is de spanning om te snijden. Die geraakt tot het kookpunt wanneer koning Philips II opdracht geeft tot het bouwen van een dwangburcht bij de stad, met het doel de Vlissingers onder de duim te houden en de strategisch gelegen stad te kunnen behouden. Deze sterkte is in 1567 nog in aanbouw ter hoogte van de Gravestraat, buiten de vestingmuren.
De opstand in Vlissingen ontstaat wanneer burgers in de vroege morgen van de 6e april ontdekken dat er 20 schepen met Spaans krijgsvolk voor de stad liggen. Doordat het hevig waait gelukt het de bemanningen niet om aan te landen. Het gist intussen de stad. De vlam slaat in de pan omdat pastoor Derksen tijdens de vroegmis, het is Pasen die zondag, fulmineert tegen de bezetters. In de nacht van 6 op 7 april overmeesteren opstandige Vlissingers het Keizersbolwerk bij de haven. Daarmee bestoken ze Spaanse brikken (snelle zeilschepen) en brengen er enkele tot zinken. Binnen twee dagen slagen ze erin de bezetting, bestaande uit Waalse militairen, de stad uit te drijven.Allegorische voorstelling van het verdrijven van de bezetting uit Vlissingen in 1572Allegorische voorstelling van het verdrijven van de bezetting uit Vlissingen in 1572

Pechvogel

De grootste pechvogel uit de geschiedenis van Vlissingen was Don Pacheco, neef van de Hertog van Alva. De opperbouwmeester, ontwerper van de in aanbouw zijnde dwangburcht, arriveert 9 april 1572. Hij weet niet dat de burgers een dag eerder eigenhandig een eind hebben gemaakt van de Spaanse bezetting. Hij wordt uiteindelijk opgehangen op grond van onbewezen beschuldigingen. Zo zou Don Pacheco zich in Deventer hebben schuldig gemaakt aan kindermisbruik. De Spanjaard zou ook een dodenlijst bij zich hebben gedragen van vooraanstaande Vlissingers. Tenslotte zou hij de broer hebben gedood van geuzenleider Blois van Treslong. Na opgesloten te hebben gezeten in de kelder van het gerechtsgebouw aan de Bierkade (nu Bellamypark 35) kreeg hij de strop. De plaats van de terechtstelling is nog zichtbaar n het plaveisel van het Bellamypark.  Daar ligt een steen met daarop het jaartal 1572.

In 1772 wordt aprilletje 6 groots herdachtIn 1772 wordt aprilletje 6 groots herdachtEigenhandig

Na Brielle is Vlissingen zo de tweede stad die los komt van het Spaanse juk. Met dit verschil dat Brielle wordt ingenomen door de Watergeuzen, terwijl de Vlissingers eigenhandig de bezetters met kop en kont de stad uitwerpen. In dit verband is een verwijzing de moeite waard naar de bevolking van Lochem die iets vergelijkbaars deed in 1590.  De gebeurtenissen in Brielle en Vlissingen vormen de opmaat tot een ommekeer in de Tachtigjarige Oorlog.

Havens

De economische bloei van de stad wordt niet nadelig beïnvloed door de roerige gebeurtenissen in 1567. Dat blijkt uit de opening van de Pottenkaai. De Koopmanshaven, de Achterhaven en de Engelse of Vissershaven zijn dan niet meer voldoende om de schepen te kunnen bergen.Gezicht op de Vissershaven, die vanaf de 20e eeuw een domein is voor de recreatievaartGezicht op de Vissershaven, die vanaf de 20e eeuw een domein is voor de recreatievaart

Stadhuis

De welvaart van Vlissingen vertaalt zich in 1584 in de bouw van een stadhuis aan de Grote Markt naar het voorbeeld van dat in Antwerpen. Het gaat door voor het mooiste stadhuis in Zeeland en wordt al spoedig een toeristische attractie. Klik hier voor meer informatie.

Markiezaat

In 1581 koopt prins Willem van Oranje het markiezaat Vlissingen en Veere op. Hij krijgt zo als Eerste edele veel invloed in de Staten van Zeeland. In 1555 had keizer Karel V bepaald dat Veere, Vlissingen en een groot deel van de Walcherse kuststrook een markiezaat zouden vormen. Dat ging later over op zijn zoon, koning Filips II. Klik hier meer uitleg. Prinsenhuis op gravure uit 1650 van Nicolaas VisscherPrinsenhuis op gravure uit 1650 van Nicolaas Visscher

Prinsenhuis

Prins Willem geeft in 1581 de opdracht tot de bouw van het Prinsenhuis. Dat verrijst in de buurt van waar nu de voormalige Willem III-kazerne staat. De Simon Stevinstraat herinnert aan de militaire ingenieur en ‘krijgsbouwmeester’ die het gebouw ontwierp. Het Prinsenhuis, dat was omgeven door een fraaie tuin, is verbrand in 1749. De Prinsenstraat achter de Koning Willem 3-kazerne herinnert nog aan dit huis. Klik hier voor meer informatie.

17e eeuw

Vesting

Op last van prins Maurits wordt de stad vanaf 1609 versterkt. Zo ontstaat een vesting met 13 bastions. Aan de landzijde bieden grachten bescherming, aan de andere kant de versterkingen aan de Westerschelde.De Gevangentoren aan de Scheldekant van de vestingDe Gevangentoren aan de Scheldekant van de vesting

Havens

De prins geeft ook opdracht tot het aanleggen van de Nieuwe Haven, ook Oosterhaven genoemd. Het karwei is klaar in 1614. Aan het eind van de 17e eeuw wordt de Nieuwe Haven uitgebreid tot aan het uiteinde van de huidige Dokhaven. De Nieuwe haven biedt in de Tachtigjarige Oorlog plaats aan 80 marineschepen die vanaf hier zo de Westerschelde op kunnen varen.

Werf

Langs de haven ligt ’s Lands Scheeps Timmerwerf van de admiraliteit, de organisatie die in 1795 ‘marine’ gaat heten en sinds 1945 de naam ‘Koninklijke Marine’ draagt. Op de werf worden oorlogsschepen gebouwd, onderhouden en uitgerust.

Gezicht op de Admiraliteitswerf te Vlissingen 1Gezicht op de Admiraliteitswerf te Vlissingen 1

Handel

Dat de handel in de 17e eeuw verder opbloeit is mede te danken aan de val van Antwerpen in 1585. Die stad komt dan in Spaanse handen en dat leidt tot de afsluiting van de Schelde. De handel floreert ook door de oprichting van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) in 1602 en die van de West-Indische Compagnie (WIC) in 1621. Tenslotte draagt de winstgevende kaapvaart flink bij aan het economisch welzijn.

Wat was de kaapvaart?

Het ging om vaartuigen van particulieren waarmee met toestemming van de Staten Generaal – de regering van de republiek – werd meegedaan aan oorlogen. De bezitters van ‘kapersbrieven’ hadden toestemming om vijandelijke schepen te overmeesteren. De buit mochten ze niet zelf houden. De kapers waren in dienst van de overheid. Zeeland maakte er dankbaar gebruik van omdat de marine te klein was om alle scheepvaart van en naar de provincie te beveiligen. Klik hier voor meer uitleg over de (Zeeuwse) kaapvaart. 

18e eeuw

Tot het midden van de 18e eeuw is Vlissingen een welvarende stad. Handel en scheepvaart bloeien. Vlissingen trekt ook profijt van de 'grote' visserij’ (op haring) en de slavenhandel. De meeste mannelijke inwoners verdienen hun brood op zee.Gezicht op VlissingenGezicht op Vlissingen

19e eeuw

Aan het eind van de 18e eeuw begint de neergang van de stad. Nadat de Franse legers in 1795 heel Nederland bezetten, wordt op 16 mei 1795 van dat jaar het Haags verdrag gesloten. Daarin staat dat Vlissingen een Frans garnizoen krijgt. Dat betekent dat de stad de soldaten moet voeden en onderdak verschaffen. Dat gebeurt door ‘inkwartiering’ bij de inwoners.

Bovendien krijgen de Fransen het medegebruik van de havens. Ze gedragen zich echter al spoedig als mede-eigenaren. In 1802 volgt het besluit dat alleen Franse loodsen nog zeeschepen mogen begeleiden. De greep van de Fransen op de stad wordt steeds strakker. Zo wordt in 1803 de staat van beleg afgekondigd. Dat houdt in dat het Franse leger het vrijwel geheel voor het zeggen heeft.

Van Dishoeckhuis juni 1962 foto Rijksdienst voor het Cultureel ErfgoedVan Dishoeckhuis juni 1962 foto Rijksdienst voor het Cultureel ErfgoedBezoek Napoleon

De structuur van Fort Kenau Hasselaar is nog steeds terug te zien bij wijk Het Fort ©Google MapsDe structuur van Fort Kenau Hasselaar is nog steeds terug te zien bij wijk Het Fort ©Google MapsDe latere keizer Napoleon, dan nog eerste consul van de Franse republiek, bezoekt Vlissingen in 1803. Hij logeert in het Van Dishoeckhuis aan de Houtkaai, nu de Jan Weugkade. Dat stadspaleis, dat vanaf 1809 zou dienen als stadhuis en in 1986 ondanks veel verzet onder de slopershamer zal vallen, wordt als enige pand geschikt geacht als verblijfplaats voor de hoge gast.

Napoleon is goed doordrongen van de strategische ligging van Vlissingen. De vestingwerken worden in de Franse Tijd dan ook opnieuw versterkt. Zo wordt in 1807-1813 het Keizersbolwerk uitgebreid met 13 kazematten. Huizen in de buurt van de wallen worden er voor gesloopt. Zelfs de hele wijk 'Oude timmerwerf' (waar nu het Arsenaal staat) moet wijken. Bomen worden gerooid en de stad wordt door een brede gracht omgeven. Daarbuiten wordt een ring van versterkingen aangelegd, waaronder fort De Nolle aan de westzijde van de stad, het fort Kenau Hasselaar achter de huidige Verlengde Bonedijkestraat en fort De Ruyter aan de oostkant. Ook dat vergt heel veel geld. De stad verarmt nog verder doordat de handel geheel stil komt te liggen.

Restanten van Fort de RuyterRestanten van Fort de RuyterTekening uit collectie RijksmuseumTekening uit collectie RijksmuseumEngelse invasie

Ondanks de versterkingen van de vesting wordt Vlissingen in 1809 ingenomen door Engelse troepen. Zij landen op 30 juli van dat jaar op Walcheren en willen vanaf daar doorstoten naar Antwerpen. De verovering van Vlissingen gaat gepaard met zware beschietingen. Bij dit bombardement wordt het uit 1584 daterende stadhuis op de Grote Markt geraakt, waarna het uitbrandt. De invallers geraken niet in Antwerpen, omdat de militairen massaal sterven aan de Zeeuwse koorts. Daarbij gaat het waarschijnlijk om een combinatie van malaria, vlektyfus, buiktyfus en dysenterie. Zodoende trekken de Engelsen zich 9 december van hetzelfde jaar terug. Wanneer de Fransen de stad op 6 mei 1814 moeten verlaten blijft Vlissingen berooid achter. De stad telt dan nog 4700 inwoners, tegen 8000 in 1753.Prent van Rijksmuseum AmsterdamPrent van Rijksmuseum Amsterdam

Voor- en tegenspoed

ScheldewerfScheldewerfGelukkig daagt er in 1814 redding. Zo wordt het loodswezen in dat jaar toegewezen aan de stad. Het wordt nog beter wanneer de Rijkswerf van Antwerpen naar Vlissingen verhuist in het gebied rond de voormalige Machinefabriek aan de huidige Jan Weugkade. Hier worden linieschepen en fregatten gebouwd tot aan de opheffing in 1869. Het laatste betekent een economische slag voor de stad. Dat geldt ook voor de opheffing van de vesting in 1867, want daardoor wordt ook het garnizoen opgeheven.

In 1866 openen de Provinciale Stoombootdiensten in Zeeland (PSD) de veerdienst Vlissingen-Breskens v.v.. Die blijft in de vaart tot 2003, Mailboot Prins Hendrik van de SMZMailboot Prins Hendrik van de SMZwanneer de Westerscheldetunnel wordt geopend.

De afdamming van het Sloe leidt tot de aanleg van Het Kanaal door Walcheren, dat in 1873 wordt geopend. De komst van het Kanaal gaat gepaard met de aanleg van de Binnenhavens, sluiswerken en de Buitenhaven. De laatste wordt vergroot in 1931. In 1873 wordt ook het spoorwegstation Vlissingen Stad geopend bij de keersluis in het kanaal. Na de sluiting daarvan op 18 juli 1894 resteert alleen Vlissingen Haven, dat later kortweg station Vlissingen gaat heten. De Buitenhaven wordt vanaf 1875 ook de thuisbasis van de in 1939 opgeheven veerdienst Vlissingen-Sheerness van de Stoomvaart Maatschappij Zeeland (SMZ).

In 1875 krijgt Arie Smit uit Slikkerveer toestemming om een werf te openen op het terrein van de voormalige Rijkswerf. Dat is de geboorte van De Schelde. De onderneming krijgt al in het oprichtingsjaar het predicaat ‘koninklijk’ en heet vanaf dat moment Koninklijke Maatschappij de Schelde (KMS). Sinds in 1991 voert de werf de naam Koninklijke Schelde Groep (KSG). Het bedrijf groeit later uit tot de grootste economische drager van de stad.

Woningbouw

Woningen aan de Prinsenstraat op Het EilandWoningen aan de Prinsenstraat op Het EilandHet opheffen van de vestingstatus in 1867 heeft intussen ook een gunstig effect. Eindelijk kan Vlissingen zich uitbreiden tot buiten de omwalling. Dat is hard nodig want de stad barst uit haar voegen. De KMS heeft moeite om aan genoeg personeel te komen. Om ervaren mensen uit Zuid-Holland te kunnen huisvesten worden vanaf 1876 op het eigen bedrijfsterrein woningen gebouwd.

Op de plaats waar ooit de tuin lag van het voormalige Prinsenhuis verrijzen woningen in de jaren 1879-1893. Dat is het Oranjekwartier rond de Koning Willem-3-kazerne.  Ook wordt dan een begin gemaakt met de bebouwing van de zeedijk. Zo ontstaan de Boulevards De Ruyter,Willem III-kazerneWillem III-kazerne Bankert en Evertsen. Van 1882 tot 1904 wordt er druk gebouwd op Het Eiland. Dit gebied tussen de Vissershaven en de sluizen van het kanaal door Walcheren groeit uit tot een wijk waarop op een gegeven moment 2000 mensen wonen Het gaat vooral om personeel van de KMS, Stoomvaart Maatschappij Zeeland, de Provinciale Stoombootdiensten, de marine en de havens. De eerste huizen verrijzen hier in 1882 bij het marinedok en het Groot Arsenaal. Vanwege de armoede die er heerste krijgt deze buurt de naam Tachtig Plagen. Klik hier voor meer informatie over de Tachtig Plagen.

Toerisme

Intussen wordt het toerisme voor de stad belangrijker. In 1886 opent aan de boulevard het prestigieuze Badhotel dat in 1924 de naam Grand Hotel Brittannia krijgt. In deze ontwikkelingen past ook de oprichting in 1892 van een plaatselijke VVV (Vereniging tot bevordering van het vreemdelingenverkeer).

Beeldbepalende gebouwen

In 1858 gaan de deuren open van het Gemeentelijke Ziekenhuis in het uit 1661 stammende voormalige Groot Heerenlogement aan de Hellebardierstraat Aan Badhuisstraat komt in 1884 de 35 meter hoge watertoren in bedrijf. Deze heeft een reservoir van 300 kubieke meter en blijft in gebruik tot 1977. De toren is verbouwd tot accommodatie voor groepsverblijf tot 16 personen. Klik hier voor meer informatie.

20e eeuw

Havens gedempt

KoopmanshavenKoopmanshavenVlissingen krijgt de volle laag bij de stormvloed van 12 maart 1906. Nu staan lage delen van de stad vaker onder water bij vloeden, maar dit keer is het wel heel erg door een vier meter hoge vloedgolf. De gemeenteraad besluit over te gaan tot het laten dempen van de Koopmanshaven (nu Bellamypark), de Achterhaven (Spuistraat) en de Pottenkaai. De laatste haven lag tussen de Hendrikstraat en de Wilhelminastraat. Aan de kop van de gedempte haven wordt in 1912 het post- en telegraafkantoor geopend. Nadat verbouwing tot appartementen nogal kostbaar lijkt te zijn gaat dit pand in 1989 tegen de vlakte.

In 1910 begint de aanleg van de villawijk aan de Burgemeester van Woelderenlaan en achterliggende straten. De karakteristieke Leeuwentrap aan de Badhuisstraat dateert van 1907.

KerkbrandNog een keer de Koopmanshaven. Beeld collectie Rijksmuseum Nog een keer de Koopmanshaven. Beeld collectie Rijksmuseum

foto Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoedfoto Rijksdienst voor het Cultureel ErfgoedDoor loodgieterswerk ontstaat er op 5 september 1911 een brand in de Sint Jacobskerk, die het hele godshuis in de as legt. Alleen de halve toren en de muren staan nog overeind als de brand is geblust. Het herstel van de kerk duurt vijf jaar. In 2019 worden er vergelijkingen getrokken met de brand in de Notre Dame de Paris op 15 april van dat jaar. Ook daar begon het relatief klein. Een verschil is wel dat het orgel van de Parijse kerk ongeschonden bleef, naast enkele andere bijzondere elementen. In Vlissingen ontsnappen slechts enkele kleine elementen aan de vuurzee, waaronder twee lezenaars en de koperen doopbekkenhouder.

Woningbouw

Woningen aan de Lammensstraat in de Rode BuurtWoningen aan de Lammensstraat in de Rode BuurtDe stad blijft in het eerste kwart van de 20e eeuw gestaag uitbreiden. In deze periode wordt vrijwel het gehele gebied ten zuiden van de Singel volgebouwd. Daaronder zijn ook de 181 huurwoningen in het gebied tussen de Kasteelstraat en de Verkuyl Quakkelaarstraat. Ze zijn gebouwd in de vorm van een tuindorp en hebben de status van Rijksmonument. Deze wijk wordt de Rode Buurt genoemd. Daar zijn twee verklaringen voor. De eerste is dat de naam verwijst naar de rode dakpannen van de woningen. De tweede slaat op het linkse stemgedrag van de bewoners, onder wie vroeger veel arbeiders van de Scheldewerf. Bijzonder zijn ook de woningen in de stijl van de Amsterdamse School aan de zuidelijke kant van de Nieuwe Bonedijkelaan, die vroeger de naam Bonedijkestraat droeg. De naamsverandering is in 2017 doorgevoerd naar aanleiding van de sloop van enkele flatgebouwen. Dezelfde bouwstijl is ook waar te nemen bij woningen aan de Schuitvaartgracht en de Sottegemstraat.Woningen aan de SchuitvaartgrachtWoningen aan de Schuitvaartgracht

Boulevards

De boulevard krijgen steeds meer toeristische betekenis. Dat leidt tot de komst van meer hotels, pensions en restaurants. In 1936 wordt een wandelpier geopend. Helaas is de attractie geen lang leven beschoren. De Duitse bezetters bevelen in 1943 tot sloop. Ze zijn namelijk bang dat de pier een invasie van Geallieerde troepen zal vergemakkelijken.

Vliegveld

De marine neemt in 1916 het exercitieterrein over dat de landmacht bezit in het dan noordoostelijke einde van de gemeente Vlissingen, dat grenst aan West-Souburg en het Kanaal door Walcheren. Dat ligt op de plaats van het Midden Reduit of Midden Kroonwerk, dat in 1811 is aangelegd in opdracht van de Franse keizer Napoleon. Het terrein kan gebruikt worden voor noodlandingen. Vanaf 1932 wordt het serieus gebruikt. Dan wordt de KLM-lijn Rotterdam-Haamstede v.v. verlengd naar Vlissingen. Later wordt de verbinding in het zomerseizoen verlengd naar Knokke en ontstaat de naam ‘goklijntje’, omdat er in Knokke een casino staat. De lijn wordt in 1939 gestaakt vanwege de mobilisatie en oorlogsdreiging. Zo komt er een eind aan de snelste OV-verbinding die Zeeland ooit kende. De Duitse Luftwaffe gebruikt het in de Tweede Wereldoorlog. Het vliegveld is daardoor regelmatig doelweit van Geallieerde bombardement. De bezetters heffen het in 1944 op en maken het dan ook onklaar. Later verrijst op de plek van het vliegveld de wijk Westerzicht.

Oorlog

Grafmonument voor slachtoffers wasserijGrafmonument voor slachtoffers wasserijDe Tweede Wereldoorlog brengt Vlissingen van mei 1940 tot de bevrijding in november 1944 onnoemelijk veel ellende. De stad is in die periode 75 keer het doel van bombardementen. Daarbij komen veel burgers om. Zo wordt op 9 januari 1941 tegen middernacht de kapel geraakt van het Sint Josephziekenhuis in de Van Dishoeckstraat. Drie zusters, die zich zojuist naar die ruimte toe begeven voor gebed, worden dodelijk getroffen. Heel veel indruk maakt het bombardement waarbij op 31 mei 1943 Wasserij De Volharding aan de Paul Krugerstraat wordt getroffen. Acht meisjes en vrouwen in de leeftijd van 14 tot 21 jaar worden levenloos onder het puin vandaan gehaald. In totaal kost de periode 1939-1945 het leven aan 251 burgers van de gemeente Vlissingen.

LandingsmonumentLandingsmonumentBevrijding

De boulevards na de bevrijdingDe boulevards na de bevrijdingAan de zeedijk staan vlakbij de Oranjemolen een beeld van een commando en andere elementen die herinneren aan de landing die geallieerde troepen hier op 1 november 1944 uitvoeren als inleiding op de bevrijding van Walcheren. Voorafgaand aan deze operatie bombarderen de Geallieerden in oktober de zeewering bij Ritthem, Westkapelle, Veere en Vrouwenpolder. Daardoor komt Walcheren grotendeels onder water te staan. Het kost na de geslaagde landing bij Vlissingen enkele dagen om de hele stad in te nemen. Vlissingen wordt straat voor straat veroverd, waarbij door de ramen van de woningen wordt geschoten, terwijl de bewoners zich veelal in de kelders schuil houden. Van de 6670 vooroorlogse woningen in Vlissingen veranderden er 1133 in een ruïne. Wanneer de kruitdamp is opgetrokken blijkt dat er in het centrum slechts één woning onbeschadigd is gebleven. Staatspareltjes verwijst voor nog meer informatie over de lotgevallen van Vlissingen tijdens de Tweede Wereldoorlog graag naar het gemeentearchief. Klik hier voor website.

De binnenstad van Vlissingen werd ook in 1806 zwaar geteisterd, evenals in 1916. Beeld: collectie RijksmuseumDe binnenstad van Vlissingen werd ook in 1806 zwaar geteisterd, evenals in 1916. Beeld: collectie RijksmuseumRamp

De watersnoodramp van 1 februari 1953 kost in Vlissingen aan drie mensen het leven. De materiële schade in de binnenstad is groot.

Ziekenhuizen

Zijaanzicht ziekenhuisZijaanzicht ziekenhuisHet Gemeentelijke Vlissings Ziekenhuis aan de Hellebaardierstraat groeit aan het eind van de 19e eeuw uit zijn jasje. Rooms-katholieken beginnen in 1912 met de bouw van het al genoemde Sint Joseph-ziekenhuis. De protestanten volgen pas in 1931 met het Bethesda-ziekenhuis aan de Koudekerkseweg 88. Het kost hen grote moeite dit te financieren en de exploitatie is in de beginjaren ook wankel. Het ziekenhuis aan de Hellebardierstraat sluit in 1931 en wordt dan bejaardenhuis Ter Reede. De katholieken en protestanten slaan daarna de handen ineen. Het gebouw aan de Koudekerkseweg wordt in 1974 vergroot en krijgt de naam Bethesda-Sint ZRTI en ziekenhuisZRTI en ziekenhuisJosephziekenhuis. Het katholieke aan de Van Dishoeckstraat valt in 1980 onder de slopershamer. In 1981 krijgt de instelling aan de Koudekerkseweg de naam Streekziekenhuis Walcheren. Bij de fusie met het Oosterscheldeziekenhuis in Goes op 1 januari 2010 ontstaat de naam Admiraal de Ruyter Ziekenhuis. Het complex grenst aan het Zuidwest Radio Therapeutisch Instituut (ZRTI).

In 2015 valt na een verwoede politieke strijd de beslissing dat Middelburg geen nieuwe ziekenhuis krijgt. Het Vlissingse zal worden verbouwd en gemoderniseerd. Dat kost 20,6 miljoen euro. De helft van dat bedrag wordt in korte tijd bijeengebracht door een crowd funding-actie die grote steun krijgt in de Zeeuwse samenleving.

KMS in 20e eeuw

De KMS krijgt in de loop van de 20e eeuw een steeds grotere plaats in Vlissingen. Het bedrijf valt in 1908 op door het openen van een eigen bedrijfsgeneeskundige dienst. Dat gebeurt door toedoen van Jan Smit die van 1908 tot 1931 directeur is van het bedrijf. Onder zijn sociale initiatieven valt ook het stichten van een pensioenfonds voor de werknemers en het oprichten van de Vereniging tot Verbetering van de Volkshuisvesting te Vlissingen (VVVV). Het beleid van Smit is mede bedoeld om de invloed van de vakbonden terug te dringen en zo arbeidsonrust te voorkomen in slechte jaren. In 1914 neemt de directie haar intrek in een prestigieus nieuw kantoor.

Marine en Lloyd

De werf heeft tot aan het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog de Koninklijke Marine en de Rotterdamse Lloyd als voornaamste klanten. Zij nemen mailboten, kruisers, torpedoboten en onderzeeërs af. De mailboten verrichten diensten tussen Nederland en Indonesië (toentertijd Nederlands Indië). Voor het maken van de interieurs op luxueuze schepen opent de KMS in 1915 een eigen Timmerfabriek. De werf heeft het ook druk met de vele reparatieopdrachten en richt zich ook op ketel- en machinebouw. De eerste onderzeeër, die In 1905 vanSchaalmodel van de Luctor et EmergoSchaalmodel van de Luctor et Emergo stapel loopt, wordt Luctor et Emergo gedoopt. Deze lijfspreuk van Zeeland betekent ‘ik worstel en ontzwem’. De meest legendarische onderzeeër van de werf is de in 1936 in dienst gestelde O16. Deze loopt in 1941 in de Indische Oceaan op een mijn. De zes bemanningsleden die het overleven beginnen na de klap aan een lange zwemtocht naar land. Slechts één van hen, kwartiermeester Cor de Wolf, weet een eiland te bereiken. Klik hier voor verhaal over de O16. 

 

Crisis en oorlog

Dokje van PerryDokje van PerryDe KMS groeit in de 20e eeuw uit tot de dominante werkgever in de stad. In 1920 telt het bedrijf tweeduizend personeelsleden. Op 25 mei 1928 gaat het personeel massaal in staking omdat de directie loonsverhoging afwijst. Pas op 2 oktober gaat iedereen weer aan het werk wanneer de eisen zijn ingewilligd.

De KMS wordt vervolgens hard getroffen door de wereldwijde economische crisis die in 1929 uitbreekt. Massaontslag is het gevolg. Ze gaan bij de werf gepaard met stakingsacties. De KMS valt in 1934 ook op door het ontwikkelen van een eigen vliegtuig, de De Britse premier Attlee bezoekt de werf op 10 maart 1945. Achter hem de Willem RuysDe Britse premier Attlee bezoekt de werf op 10 maart 1945. Achter hem de Willem RuysScheldemus. Het blijkt geen wondermiddel te zijn tegen de crisis. De werf bouwt in de jaren kort voor de oorlog wel vliegboten voor de marine, hetgeen enkele honderden mensen aanhoudend werk biedt tot 1940. In de oorlog is de KMS verplicht om werk te doen voor de Duitse oorlogsindustrie, hetgeen nogal eens wordt gesaboteerd. Op de helling ligt dan het in aanbouw zijnde luxe passagiersschip de Willem Ruys. Het bepaalt tot aan de bevrijding in 1944 het silhouet van de omgeving. Tijdens de verwoestingen waarmee de bevrijding gepaard gaat blijft de Willem Ruys wonder boven wonder ongeschonden. Het vaartuig trekt internationale aandacht als het op 7 oktober 1985 wordt gekaapt door Palestijnse terroristen. De Willem Ruys draagt dan de naam Achille Lauro. Het einde komt op 2 november 1994, wanneer het schip zinkt voor de Somalische kust door een twee dagen eerder uitgebroken brand.

Grote werkgever

Na de oorlog neemt de werkgelegenheid snel toe omdat de werf een grote taak krijgt bij het bouwen van nieuwe schepen voor de Koninklijke Marine. Zodoende werken er in 1947 niet minder dan 2700 mensen. Het topjaar is 1951 wanneer er 4603 mensen hun brood verdienen.

De werf koopt in 1959 grond in het Sloegebied. Dit deels op het Land van Saeftinghe lijkende polder- en schorrenlandschap wordt ingericht tot het industrie- en haventerrein Vlissingen-Oost. Hier opent de KMS in 1964 scheepsreparatiewerf Scheldepoort. Dat was een goede investering.Reparatiewerf Vlissingen-OostReparatiewerf Vlissingen-Oost

RSV-debacle

De scheepsbouw zakt vanaf de jaren zeventig in. Daar zal de werf bijna aan ten onder gaan. De jaren zeventig en tachtig brengen massaontslag en stakingen. De KMS wordt in 1966 onderdeel van het fusieconcern Rijn-Schelde-Verolme (RSV). Dat gaat in 1983 mede door wanbeleid ten onder, ondanks omvangrijke financiële steun van de rijksoverheid.

Amels JachtenbouwAmels JachtenbouwDoorstart

Proefvaart Amels-jacht in de Binnenhaven; een vertrouwd beeldProefvaart Amels-jacht in de Binnenhaven; een vertrouwd beeldUiteindelijk kan de KMS overleven dankzij geldelijke steun vanuit Zeeland (provincie en gemeenten) en opnieuw het Rijk. In 2000 wordt het bedrijf ingelijfd bij Damen Shipyards uit Gorinchem. De werf is sindsdien onder de naam Damen Schelde Naval Shipbuilding deel van een conglomeraat. De werfterreinen aan de rand van de stad raken leeg. Dat geldt niet voor de oostelijke Eilandwerf, waar Damen onder de naam Amels miljoenenjachten bouwt. De gemeente Vlissingen koopt het westelijke deel van de werflocatie voor 33 miljoen euro aan. De pogingen om dit ‘Scheldekwartier’ tot ontwikkeling te brengen leiden bijna tot het faillissement van de gemeente. Klik hier voor meer informatie over het bedrijf. 

Lente in PaauwenburgLente in PaauwenburgUitbreiding woongebieden

Wijk RosenborhWijk RosenborhVanaf de jaren zestig breit Vlissingen de ene na de andere nieuwe wijk aan elkaar. Zo geeft burgemeester Benjamin Kolf in 1962 het startsein voor de aanleg van het naar een boerderij genoemde Paauwenburg. Het grondgebied van Paauwenburg behoort tot Koudekerke en wordt in 1966 toegevoegd aan Vlissingen. In 1972 wordt de eerste paal geslagen voor de wijk Westerzicht. Daarna volgen Bossenburg (1976), Papegaaienburg (1991), Rosenburg (1998) en Lammerenburg (2000).

Onderwijs

In 1987 ontstaat de Hogeschool Zeeland (HZ). Vanaf 2011 gebruikt de instelling ook in het Nederlandse taalgebied de naam HZ University of Applied Sciences. De HZ komt voort uit een fusie van de Heao en de HTS in Vlissingen, de Pabo in Middelburg, Hbo-verpleegkunde en Hoger laboratorium onderwijs (hlo) in Goes en het Maritiem Instituut de Ruyter (voorheen Hogere Zeevaartschool) in Vlissingen. Het hoofdkwartier is aan de Edisonweg in Vlissingen, maar er is ook een vestiging in Middelburg. Deze onderscheidt zich onder meer door de opleidingsrichtingen Watermanagement en Maritiem en Logistiek.HZHZ

Bioscoop

In een tijd wanneer steeds minder mensen naar de film gaan laat ondernemer Ad Westrate in 1998 de bioscoop Cine City bouwen aan de Spuikom. Het wordt een succes. In 2015 wordt de bioscoop uitgebreid met theater XXL. De bioscoop speelt een grote rol bij het in 1999 ontstane jaarlijkse festival Film by the Sea. Klik hier voor website.

21e eeuw

Schuldenlast

De crisis rond het Scheldekwartier beheerst de eerste jaren van de 21e eeuw omdat het heel moeilijk blijkt het terrein te ontwikkelen. Nieuwjaarsdag 2007 treedt het voltallige college van burgemeester en wethouders af. Directe aanleiding is een tekort van 42 miljoen euro bij het uitvoeren van het nieuwbouwplan Scheldekwartier. De schulden van Vlissingen zijn opgelopen tot 230 miljoen euro wanneer de gemeente op 15 januari 2015 de artikel 12-status krijgt. Die houdt in dat de gemeente steun krijgt bij het aflossen van de schuldenberg. Daar staat tegenover dat Vlissingen moet bezuinigen en niet meer zelfstandig kan beslissen over grote financiële uitgaven.De ontwikkeling van het Scheldekwartier valt bestuurlijk Vlissingen zwaarDe ontwikkeling van het Scheldekwartier valt bestuurlijk Vlissingen zwaar

Kazerne

In 2012 neemt de Tweede Kamer het besluit tot de bouw van de Michiel Adriaanszoon de Ruyterkazerne in Vlissingen. Deze moet de marinierskazerne in Doorn vervangen. Vanaf die tijd wordt begonnen met het bouwrijp maken van het kazerneterrein bij de Oostelijke Bermweg, aanpalend aan de Buitenhaven. Veel mariniers blijken geen trek te hebben in verhuizing naar Zeeland. Dat leidt tot uitstel van de vurig gewenste komst van de geplande kazerne.