headerbanner

Wie de molen van Brasser in Biggekerke binnenstapt belandt in een andere wereld. Je krijgt het gevoel dat molenkenner Johan Bakker ooit omschreef als: ‘Hier is sinds 1712 niets veranderd’. Er zijn maar weinig plaatsen in het land waar je zo wordt geconfronteerd met continuïteit die de eeuwen heeft doorstaan. In de molen is sinds het stichtingsjaar week aan week gewerkt. Sinds 1852 gebeurt dat door een Brasser. De eerste telg van de familie begon op 1 mei 1818 op de nu verdwenen ‘dwangmolen oost op het Meulwal’ in Koudekerke. Dat betekent dat de Brasser-dynastie twee eeuwen actief is op het molentoneel. De achtste generatie is intussen aangetreden.

Michel Dellebeke, Ruben de Vos, Sjaak Brasser en Amber van Oers (v.l.n.r.).Michel Dellebeke, Ruben de Vos, Sjaak Brasser en Amber van Oers (v.l.n.r.).Sjaak Brasser (17 september 1960) is op dat jubileum ‘toch wel een beetje trots. Al die jaren was er een Brasser aan het malen. Dat gebeurde zowel in goede als in kwade tijden, want ‘het was heus niet altijd rozengeur en maneschijn of halleluja’. De toon is gezet. Vraag Sjaak Brasser, zevende in de dynastie, iets en er volgen volzinnen. Die worden gelardeerd met een stortvloed aan feiten waaraan de molenaar dan ook nog de exacte data koppelt.

In het naburige dorp Zoutelande zwaaiden Sjaak Brasser is een wandelend geheugenSjaak Brasser is een wandelend geheugenvan 1800-1999 zeven telgen van de molenaarsfamilie Adriaanse de scepter. De Brassers hebben die periode nu dus met een jaar overtroffen. Wat beweegt mensen om van geslacht op geslacht te werken met een windmolen? Sjaak: ,,Het was vroeger een goed bestaan. Het was dus logisch dat het toen van vader op zoon ging. Ging je niet malen, dan moest je bij de boer gaan werken, zo simpel was het. Dan was malen verkieslijker.”

Lag het treden in de voetsporen van vader vroeger dus min of meer voor de hand, dat was niet meer het geval in het derde kwart van de 20e eeuw. Later dan elders viel in Zeeland de ene na de andere molen stil. Dat kwam door de eilandelijke structuur van de provincie. De trits boer-molenaar-bakker hield het er lang uit doordat er vrijwel geen grote maalderijen in de buurt waren. Dat Zeeland tot aan de komst van de Deltawerken voor een belangrijk deel uit eilanden bestond hield bovendien in dat de verbindingen met de rest van het land slecht waren. Sjaak trad juist aan op het moment dat de laatste werkende maalbedrijven in Zeeland snel van het toneel verdwenen. Hij volgde de havo en het zag er aanvankelijk niet naar uit dat hij het spoor der vaderen zou volgen. Het was de bedoeling dat hij naar de Heao zou gaan met als einddoel een baan als econoom bij de Rabobank of zo. ,,Maar vanaf mijn 13e of 14e begon het toch te trekken. Dan ging ik met opa de molen uutspanne, als onderbreking van het huiswerk voor school. Of ik ging mee als er werd bezorgd bij de klanten.”

Ook als je geen lichte kleding draagt, kom je na een bezoek aan deze werkende molen geheid wit naar buitenOok als je geen lichte kleding draagt, kom je na een bezoek aan deze werkende molen geheid wit naar buitenZekerheid

Ook tijdens ons bezoek werd er gemalen...Ook tijdens ons bezoek werd er gemalen...Uiteindelijk kroop het bloed waar het niet kan gaan. Sjaak werd molenaar op het bedrijf van vader Adri en daar heeft hij nooit spijt van gehad. ,,We hebben nooit gebrek geleden”, constateert hij bondig. Want wonderlijk genoeg bleek het molenaarsbestaan zekerder dan dat van diverse leeftijdgenoten die voor een kantoorbaan kozen en met ontslag werden geconfronteerd. Intussen gaat het al lang niet meer om de windmolen alleen. Op het terrein draait sinds 1982 ook het motorgemaal met eveneens twee koppels. Daar werd op gewerkt met een dieselmotor, die in 2017 is vervangen door elektrische aandrijving. Mogelijk verdween hiermee ook de laatste maalderij welke nog dagelijks werkte op dieselkracht.

Dat neemt niet weg dat de molen nog altijd wordt ingezet. Bij het afnemen van de interviews voor deze reportage was dat ook het geval. De molen maalde als een tierelier. Geen wonder, hier op twee kilometer van zee waait het vrijwel altijd. Het komt in het winterseizoen voor dat er zelfs alleen met windkracht wordt gemalen en daar is Sjaak heel gelukkig mee. Hier mag niet onvermeld blijven dat hij net als vader Adri werd beloond met het Certificaat van Verdienste van Vereniging De Hollandsche Molen en de Scherphamer van Vereniging De Zeeuwse Molen. Sjaak is bovendien al sinds 1997 lid van het bestuur van laatstgenoemde club. Hij heeft eveneens zitting in het bestuur van het Korenmalers Gilde AKG. De Biggekerkenaar geldt daar als een autoriteit als het aankomt op vakkennis en als wandelend archief op het gebied van molenhistorie.

Molenvirus

Sjaak, Ruben en Michel Sjaak, Ruben en Michel De Brassers verdienen intussen een flinke brok van hun brood met de winkel, waar behalve meel en aanverwante producten ook dierbenodigdheden en aanverwante artikelen worden verkocht. Anno 2018 lukt het om hier met vijf mensen van te leven. * Het ziet er intussen naar uit dat de dynastie Brasser nog niet is uitgestorven. De achtste generatie dient zich aan in de persoon van Ruben de Vos (24 december 1998), zoon van Sjaaks zuster Lian. Hij had op zeer jonge leeftijd al een passie voor alles wat draait. Dat bleek toen hij als peuter lange tijd voor de wasautomaat kon zitten, geboeid als hij was door de draaiende bewegingen binnen. Hetzelfde gold voor een koffiemolen bij opa en oma. Zodoende vroegen zijn ouders zich wel eens af of hij wel helemaal goed bij zijn hoofd was. Maar de diagnose was een opluchting. Het ging om een familiekwaal: molenvirus.

Vanaf zijn tiende ging Ruben mee met het bezorgen van meel- en andere producten. Tijdens die tochten tot ver buiten Zeeland nam hij overal een kijkje in molens. Bij voorbeeld op De Vrijheid in Schiedam waar hij vanuit de kap de omgeving aanschouwde. Op grote hoogte dus. Bij een volgende bezoek liep hij snel naar De Walvisch, om zich aan die reus te vergapen. Ruben: ,,Het bezorgen werd zodoende meer een molenpad.” Gezien het voorgaande was het logisch dat hij zich vanaf zijn elfde in het molenaarsvak begon te bekwamen. Na al dat praktijkonderwijs kon hij al op zijn vijftiende geheel zelfstandig werken op de molen. Daarna volgde de opleiding tot vrijwilliger, waarmee hij trouwens de eerste gediplomeerde molenaar werd uit de familie. Ruben heeft de Havo gedaan en volgt nu aan de Hogere Agrarische School in Den Bosch de studierichting voeding. En ook die leergang past helemaal in het einddoel: beroepsmolenaar worden in de derde eeuw van Brasser.

Tenslotte mag niet onvermeld blijven dat de molen een kweekvijver is voor aanstormend talent. Beroemdheid Willem Roose (Roode Leeuw, Gouda) was hier in de jaren tachtig kind aan huis. Dennis Bommeljé (molen Aagtekerke) volgde hem in de jaren negentig.

Michel regelt het

Michel Dellebeke, links achter prinses BeatrixMichel Dellebeke, links achter prinses BeatrixMichel Dellebeke (7 mei 1987) is naast Sjaak de tweede kapitein op het schip van het maalbedrijf. Ook hij verkoos een molenaarsbestaan boven een carrière achter een bureau. De passie van Michel voor het windgemaal ontstond op de Nationale Molendag van 1998. Hij bezocht toen de Oranjemolen in Vlissingen. ,,Daar werd ik gegrepen door het virus. Misschien zat het een beetje in de genen, want mijn opa, die op de grote vaart zat, spaarde KoffietijdKoffietijdmolenansichtkaarten en boeken over hetzelfde thema.”

Na een jaartje Oranjemolen volgden enkele jaren praktijkvorming bij Krijn Zandburg op De Pere in Oost-Souburg. ,,Hij vind het leuk om mij mijn gang te laten gaan. Het was een mooie tijd. Ik leerde er van alles: graan inkopen en bewerken, stenen scherpen, malen en molenonderhoud. In 2002 kwam ik samen met Lennart van den Torren terecht op D ’Arke in Oostkapelle. Daarna volgde een periode op de Jonge Nogmaals: Majesteit en MichielNogmaals: Majesteit en MichielJohannes in Serooskerke en uiteindelijk ben ik in Biggekerke terecht gekomen.”

Michel, die de AKG-status gezel geniet, heeft een volledig dienstverband op de molen van Brasser. Hij is in zijn nopjes om dagelijks te kunnen malen. ,,Dit is geen meelwinkel met wieken, maar een echt maalbedrijf. Het gaat erom om van de graankorrel zoveel mogelijk bloem te verkrijgen. Dat moet dan ook nog van een zo goed mogelijk kwaliteit zijn, want dan genereer je klantentrouw. Er zijn mensen die hier al twintig jaar om meel komen.”

De molenaar is een hele bekende in het molenwereldje. Michel trad als 17-jarige toe tot het bestuur van De Zeeuwse Molen en was toen het jongste bestuurslid ooit. Momenteel is hij secretaris van deze vereniging. Daar blijft het niet bij want Michel is bovendien voorzitter van het Gilde Vrijwillige Molenaars Zeeland, lid van de examencommissie, lid van de Molenadviesraad van De Hollandsche Molen en lid van het Provinciaal Molenoverleg.

Michel maakte naam door het bezoek van prinses Beatrix aan de molen van Waarde bij de viering van het 40-jarig bestaan van Vereniging De Zeeuwse Molen op 5 september 2015. In de bestuursvergadering van die club werd de suggestie om haar uit te nodigen min of meer als een grap geuit. Michel pakte de handschoen op en sprak ‘dat zal ik regelen’. En zo gebeurde het ook. De prinses kwam en het door Michel georganiseerde bezoek werd een ware happening. Goed geregeld dus.

Traditioneel en vooruitstrevend

Sjaak Brasser heeft altijd opengestaan voor vernieuwing. ,,Wanneer er een trein langs komt kiezen: erop springen of door laten rijden.” Hij kiest voor het eerste als hij er brood in ziet. Bij het aantreden van Sjaak in de jaren zeventig stonden de warme bakkers nog volop in de gunst van het grote publiek. Bruin en volkorenbrood waren populair. Daar hebben diverse molens, waaronder die in Biggekerke, van geprofiteerd. Het aantal warme bakkers begon in de jaren negentig af te nemen, ten gunste van de grote supermarktbedrijven. Maar er kwamen steeds mogelijkheden voorbij, waardoor de Brassers aan het werk konden blijven. Zo werd in juli 1999 de dierenvoederhandel van molenaar De Regt in Koudekerke overgenomen.

In de jaren negentig werd het thuis bakken van brood populair. Daar hebben de Brassers volop van geprofiteerd (Sjaak: ,,De broodbakmachine was toen onze redding”). Sinds 1 juli 1999 worden allerlei soorten broodmixen en andere bakbenodigdheden verkocht in de toen geopende winkel. Die loopt nog altijd heel goed.

Hieronder nog een paar voorbeelden die bewijzen dat De Brassers altijd een fijne neus hebben gehad voor de vooruitgang, zonder de liefde voor de traditie geweld aan te doen:

Transport

De in 1900 overleden Zacharias Brasser (derde generatie) sjouwde op zijn fiets ladingen tot 150 kilo mee over de veelal onverharde Walcherse wegen. Adri Brasser (vierde generatie) was al dat gebeul in 1927 zat en kocht de eerste vrachtwagen die het bedrijf heeft gediend.

Leugenkop

De as die de Brassers in 1869 betrokken van de firma Boddaert in het nabijgelegen Middelburg bevindt zich nog steeds in de molen. Op oude foto’s is te zien dat er een houten plaat was bevestigd op de ster van de askop, zodat het leek of het een houten exemplaar was. De vooruitgang werd zo aan het zicht onttrokken. Volgens Sjaak waren er meer molens toegerust met zo’n ‘leugenkop’.

Digitaal

Het bedrijf presenteert zich al jaren op een professionele wijze op het wereldwijde web. Dat betekent in de eerste plaats een goede website met bijbehorende webshop. Die blijkt commercieel een succes te zijn. Daarnaast wordt op Facebook melding gemaakt van evenementen.Website Molen van BrasserWebsite Molen van Brasser

Biomeel

Op één van de stenen in de molen wordt biomeel gemalen. Het proces staat onder streng toezicht van Stichting Skal. Die organisatie is daartoe aangewezen door het ministerie van Economische Zaken.

Strijd tegen ademnood

Strijden voor het behoud van een goede biotoop. Dat is een hardnekkig terugkerend thema sinds de jaren zestig van de 20e eeuw. In die tijd vatte het gemeentebestuur het plan op voor het ontwikkelen van het woonwijkje Biggekerke Oost. Dat strekte zich uit tot vlak achter de heg van de Brassers. Een beroep tegen het plan bij het gemeentebestuur werd afgewezen. Datzelfde gebeurde met een procedure bij de provincie.

Uiteindelijk restte dus slechts de rechtsgang naar de Raad van State. Sjaak Brasser: ,,Ik zat toen in de brugklas. ’s Morgens vroeg waren mijn vader en opa met de Opel Blitz vertrokken naar Middelburg. Daar stapten ze op de trein voor de reis naar Den Haag. En daar klonk het verlossende bericht. De toenmalige gemeente Valkenisse werd in het ongelijk gesteld. Sterker nog, burgemeester Ron Koevoets hield er ook nog een schrobbering aan over. De Raad vond dat de gemeente een potje maakte van het woningbeleid. Heel veel huizen waren een flink deel van het jaar als tweede woning in gebruik. Het gemeentebestuur werd gelast daar eerst maar eens schoon schip mee te maken, alvorens aan nieuwbouw te denken.”

Uiteindelijk betekende de uitspraak dat de grens voor bouwactiviteiten op 250 meter kwam te liggen en niet op 300 meter. Dat kwam door een eerder bouwbesluit, waartegen de Brassers geen bezwaar hadden gemaakt. Ondanks de overwinning bij de Raad van State blijft het onderwerp biotoop aandacht vragen. Want net als bij honderden andere molens is ook in Biggekerke opschietend geboomte een bron van zorg. Sjaak Brasser prijst zich gelukkig dat het gemeentebestuur oog heeft voor het belang van een goede windvang.

Dynastie van acht generaties

1. Pieter Brasser wordt op 1 mei 1818 eigenaar van de ‘Molen op het Meulwal’ in Koudekerke. Dat was een ronde stenen grondzeiler.
2. Kornelis Brasser koopt in 1865 de molen van zijn vader. Na het verbanden van de molen op het Meulwal op 20 maart 1872 wordt nog in datzelfde jaar een eindje verderop de eerste steen gelegd van stellingmolen De Lelie. Kornelis maalt op De Lelie tot 1884. Hij gaat rentenieren en verkoopt de molen aan Cornelis de Regt.
2a. Hendrik Brasser, broer van Kornelis, koopt in 1852 de molen in Biggekerke.
3. Zacharias Brasser wordt eigenaar van de molen nadat zijn vader Hendrik in 1863 is overleden Hij maalt in Biggekerke tot zijn dood in 1900. De molen wordt te koop gezet en vervolgens in 1902 aangekocht door Hendriks weduwe Janna Brasser-Wijkhuis.
4. Adriaan Brasser, zoon van Hendrik, erft in 1916 de molen.
5. Zacharias Brasser neemt in 1952 het bedrijf over van zijn vader.
6. Adri Brasser, zoon van Zacharias, wordt in 1982 eigenaar.
7. Zacharias (Sjaak) Brasser, zoon van Adri, komt in de jaren zeventig in de zaak.
8. Ruben de Vos, zoon van Lian De Vos-Brasser, dient zich aan als komende molenaar in Biggekerke.

 

*Het werken op de molen is de hoofdtaak van Sjaak Brasser en Michel Dellebeke. De winkel wordt gedreven door broer Rudi Brasser (11 juli 1964) en zus Lian de Vos (3 januari 1964). Ook Amber van Oers is daarin werkzaam. Zij liep hier eerst stage in de winkel voor de opleiding in Goes. Intussen is ook zij gegrepen door het maalvirus. Zodoende gaat Amber op 18 oktober van dit jaar in Zonnemaire op voor het examen vrijwillig molenaar. Zij kan dus zowel bij het maal- als het winkelbedrijf worden ingezet.