headerbanner

Uit diverse gezegden in de Nederlandse taal blijkt dat het molenaarsvak vroeger in niet zo’n best aanzien stond:

- Honderd bakkers, honderd kleermakers, honderd molenaars: driehonderd dieven.
- Een woekeraar, een molenaar, een wisselaar en een tollenaar zijn de vier evangelisten van Lucifer.

Stellingmolen in CothenStellingmolen in CothenEen schrale troost biedt het gezegde dat ‘niet alle molenaars dieven zijn’. Deze troost wordt dan weer teniet gedaan door de uitdrukking: ‘Met de mulders te biecht gaan’ (als laatste).

Er zijn nog veel meer uitdrukkingen die met molenaars, malen en windkracht te maken hebben. Ik noem:
- Hij loopt met molentjes (Don Quichot)
- Iemand in de maling nemen 
- Hij is malende of : Hij loopt met molentjes (Engels: He has windmills in his head)
- Hij is door de vang gegaan (op hol geslagen)
- De meule was uut de vange bie d’r Hierdoor hou je een oogje in 't zeilHierdoor hou je een oogje in 't zeil(Ze was uit haar humeur – Zeeuwse uitdrukking)
- Het zijn maar molentjes (’t is maar gekheid)
- Daar is wat op de molen (daar is wat kwaads op komst)
- Het koren van de molen zenden (je klanten verjagen)
- De meulen draait niet als de wind voorbij is (Guido Gezelle bedoelde met deze uitdrukking te zeggen dat gedane zaken geen keer nemen)
- Hij draait de molen naar de wind (draait met alle winden mee)
- Hij houdt een oogje in het zeil (Dit is geen scheepsuitdrukking, dit handelt over molenzeilen, zie ook Cothen in ons album Utrecht)
- ’t Leit in de meule (’t zit in de molen, bekend in Zeeuws Vlaanderen)
- Iets an de meule brienge (geld opmaken, verteren – Zeeuwse

We gebruiken de term molen in onze moderne tijd ook bij het benoemen van 
processen. 
Denk maar aan de uitdrukkingen:
De vang lichten op De Lelie in KoudekerkeDe vang lichten op De Lelie in KoudekerkeHet zit nog in de molen en:
Ambtelijke molens malen langzaam

Nog meer gezegden:
- Op de meulen en in de smis dao zijn de leugens gewis (uitdrukking in Land van Hulstl)
- Ie ’éit de meulenaar gezien (hij is lui – Zeeuwse uitdrukking)
- Een meulenaersschep nemen (scheploon, bedoeld wordt een extra grote schep – Zeeuwse uitdrukking)
- Z’eit de meulenaer verzopen (het deeg te nat gekneed, uitdrukking op Schouwen-Duiveland)
Wat te denken van de oude uitdrukking: ‘Gods molens malen langzaam maar zeker’ (Duits: Gottes Műhlen mahlen langsam, mahlen aber klein = Gods molens malen langzaam, maar goed)

 

 

 

Bijbel

Rechtopstaande stenen (kollergang)Rechtopstaande stenen (kollergang)

Molens komen ook voor in de Bijbel. Dat het molenaarschap werkelijk als het naarste beroep werd gezien, dat in laag aanzien stond blijkt wanneer Mozes bij de farao de tiende plaag aankondigt. In Exodus 11 : 5 staat: En van alle eerstgeborenen in Egypteland zullen sterven, van Faraö’s eerstgeborene af, die op zijn troon zitten zou, tot den eerstgeborene der dienstmaagd die achter den molen is. (Statenvertaling SV) En dan zullen alle eerstgeborenen in het land sterven, van de eerstgeborene van de farao,Handmolen voor het (zware) werk van de vrouwHandmolen voor het (zware) werk van de vrouwzijn troonopvolger, tot de eerstgeborene van de slavin die de handmolen bedient. (Nieuwe Bijbelvertaling NBV).

Malen werd behalve aan slaven ook aan gevangenen overgelaten. In hoofdstuk 16 vers 21 van Bijbelboek of Richteren of Rechters wordt dan ook gesproken over Simson die in de gevangenis moest malen. Hij moest dat doen voor de Filistijnen die hem te pakken hadden gekregen nadat hij hen in gevechten zware nederlagen had toegebracht. Bij het werk van Simson moet gedacht worden aan een molen waarvan de stenen rechtop staan (‘kantstenen’ of ‘kollergang’). Deze stenen werden overigens meestal door paarden in beweging gebracht (rosmolen) en in de Bijbelse tijd door ezels.

En als je geen slaven had kon je het altijd je vrouw laten doen. Mannen haalden er hun neus voor op. Zodoende staat er in Mattheus 24 : 41: Er zullen twee vrouwen malen in den molen, de een zal aangenomen, en de andere zal verlaten worden. (SV) Van twee vrouwen die samen aan de molen draaien zal de ene worden meegenomen en de andere achtergelaten. (NBV)

 

De bijbel meldt stellig dat molenstenen een belangrijk bezit vormden. In Deuteronomium 24 : 6 lezen we: Men zal beide molenstenen, immers den bovensten molensteen, niet te pand nemen, want hij neemt het leven te pand. (SV) Het is verboden een handmolen of een maalsteen in pand te nemen, want daarmee neemt u iemands leven in pand (NBV). Hieruit blijkt zonneklaar dat molenbehoud een Bijbelse opdracht is!

Molenstraat in Ostia Antica, in de Oudheid voorstad/ havenstad van RomeMolenstraat in Ostia Antica, in de Oudheid voorstad/ havenstad van Rome

De primitiefste molen is je eigen gebit. In de Dikke Van Dale wordt die betekenis aan maalsters gegeven. Wij malen ons voedsel en zijn dus malende. Wie met de Statenvertaling vertrouwd is kent de tekst in Prediker 12 : 3 waar wordt gemeld dat de maalsters zullen stilstaan. In de NBV gaat het over maalsters die langzaam verdwijnen. Een molendeskundige schreef overigens dat Prediker hier doelt op vrouwelijk personeel in de molen…..

Woorden in de Nederlandse taal die verband houden met malen zijn aan het Latijn ontleed. In die taal heten onze kiezen ‘molaris’, wordt een molensteen een ‘mola’ genoemd en een molenaar een ‘molitor’.

Over onze maalsters gaat het ook in Openbaring 18 : 22 waar staat dat het geknars van de molens verzwakt. In de nieuwe vertaling lezen we: Het geluid van de molen zal nooit meer in je klinken.

Maaltijd

molentaalmolentaal

We vinden het malen zo belangrijk dat we van maaltijd spreken als we gaan eten (Duits: Mahlzeit, Engels: meal). De mond is een gaande molen. Een ander: Mijn molen maalt niet meer. Kortom: iedereen is malende. Zo niet, dan moet je op z’n minst naar de tandarts.

Molentaal in de vorm van versiering voor een huwelijkMolentaal in de vorm van versiering voor een huwelijk