headerbanner

Sjaak Herman werd in oktober 1984 gediplomeerd als vrijwillig molenaar. Al 35 jaar brengt hij dus wieken in beweging en daar blijft het niet bij. Het hele jaar door maalt hij tarwemeel en bloem. Met zijn 81 jaar is Sjaak intussen een ‘éminence grise’ (Frans voor ‘grijze eminentie’) onder de molenaars. Anders gezegd, iemand die een rol van betekenis speelt en ook over visie beschikt. In die hoedanigheid spreekt hij waarschuwende woorden: ,,Twee zaken bedreigen op termijn het Zeeuwse molenbezit. Dat is het tekort aan subsidie en het gebrek aan opvolgers. Het laatste is vooral in de regio Zeeuws-Vlaanderen een schrijnend probleem.”

Wie de molen van Brasser in Biggekerke binnenstapt belandt in een andere wereld. Je krijgt het gevoel dat molenkenner Johan Bakker ooit omschreef als: ‘Hier is sinds 1712 niets veranderd’. Er zijn maar weinig plaatsen in het land waar je zo wordt geconfronteerd met continuïteit die de eeuwen heeft doorstaan. In de molen is sinds het stichtingsjaar week aan week gewerkt. Sinds 1852 gebeurt dat door een Brasser. De eerste telg van de familie begon op 1 mei 1818 op de nu verdwenen ‘dwangmolen oost op het Meulwal’ in Koudekerke. Dat betekent dat de Brasser-dynastie twee eeuwen actief is op het molentoneel. De achtste generatie is intussen aangetreden.

Even nadat de bus Geersdijk is gepasseerd zie ik in de verte molenwieken rondgaan. Een teken dat Wissenkerke niet ver meer is en dat Rinus Verhage de vang heeft losgegooid van De Onderneming. Want ook al heeft hij per 1 januari van dit jaar zijn maalbedrijf beëindigd en sloten tegelijkertijd de deuren van het winkeltje waar vooral zijn vrouw Riet veel tijd in stak; er worden nog vele enden gedraaid.

Heel lang zat er geen beweging meer in stellingmolen De Graanhalm, aan de rand van Gapinge. Als een afgestorven graankorrel stond de molen er roerloos bij. En menig voorbijganger vroeg zich af of er ooit nog beweging in zou komen. Maar de restauratie bracht de nieuw leven. Te midden van het in deze hoek van Walcheren zo lieflijke landschap zie je nu van verre weer de wieken gaan. Je wordt er helemaal blij van als je dat tafereel aanschouwt.

Op een mooie woensdag in juli kom ik met de fiets aan bij stellingmolen De Vijf Gebroeders in Heinkenszand. Daar was ik nog nooit binnen geweest, hoewel ik er vaak genoeg in de buurt was. Ik had op de website gelezen dat de molen in juli en augustus ook op woensdagmiddagen open is, naast de zaterdagopenstelling het hele jaar door.