headerbanner

Met de PSD (Provinciale Stoombootdiensten in Zeeland) de Schelde over. Graag met minstens windkracht zeven. Dan beginnen de asbakken in de rooksalon te schuiven door de deining. De geur van tabak mengt zich met die van snert. Men converseert in streektaal, verschuilt zich achter de Provinciale Zeeuwse Courant of De Stem of staart naar schepen op de rede die wachten op beloodsing.

RetranchementRetranchementEen sfeertekening van een overtocht in het laatste kwart van de 20e eeuw. Met vrouw en kinderen op weg naar Truzement, het dorpje waar wij zeven vakanties doorbrachten. Het gelukzalige gevoel van er echt uit te zijn begon al tijdens de hierboven beschreven bootreis.*

Zeeuws-Vlaanderen vormt samen met de voormalige eilanden aan de andere overkant Zeeland, maar ademt overduidelijk een eigen sfeer. Die is niet in een paar woorden te vangen. Zijn het de streektalen die verraden of de spreker uit het westen of het oosten van Zeeuws-Vlaanderen komt of uit het Land van Axel? De gemoedelijke bediening wanneer je tafelt in deze culinair zo rijke streek? De passie waarmee men vertelt over de eigen regio? Of het heilig vuur dat ontbrandt wanneer inwoners zich verzetten tegen achterstelling van Zeeuws-Vlaanderen?

Oorlogstoneel

Een poging tot karakterisering van Zeeuws-Vlaanderen staat of valt bij een terugblik in de geschiedenis. Die laat zien dat er geen stuk van Nederland zo veelvuldig met oorlog is geconfronteerd als deze regio. Dat begint al in de Middeleeuwen wanneer steden als Axel, Hulst en Sluis meerdere malen worden verwoest door toedoen van Gent of Brugge. Hieraan liggen handelsconflicten ten grondslag of politiek gekrakeel. Tijdens de Tachtigjarig Oorlog is Zeeuws-Vlaanderen tientallen jaren frontgebied in de strijd tussen de Spaanse en de Staatsgezinde troepen. Talrijke inundaties volgen, zodat vele duizenden hectare vruchtbare grond volstromen met zout water. Versterkingen langs de Staats-Spaanse linies getuigen nog van de uitputtingsslag tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Later is de streek diverse malen het toneel van aanvallen vanuit Frankrijk, culminerend in de tijdelijke inlijving bij dat land door keizer Napoleon Bonaparte.

Uittocht  Spaans garnizoen uit Hulst in 1645 , tegekend door Pieter Nolpe. ©RijksmuseumUittocht Spaans garnizoen uit Hulst in 1645 , tegekend door Pieter Nolpe. ©RijksmuseumDe regio is vanaf 1830 ook het toneel van strijd tijdens de Belgische Opstand. Mede doordat Nederlandse troepen onder aanvoering van kapitein Ledel de Belgen verslaan tijdens de Slag bij de Kapitale Dam, blijven de gevolgen van dit conflict voor de regio relatief beperkt.

De onvoorstelbare verwoestingen tijdens de Slag om de Schelde in 1944 vormen het sluitstuk in de lange reeks van oorlogen waaraan het gebied bloot staat.

Behalve de vele forten en restanten daarvan herinneren de fraaie vestingen van Hulst, Sluis, Retranchement en in mindere mate die van Aardenburg en IJzendijke aan de vele militaire conflicten. Van de vesting Oostburg resteert echter vrijwel niets door de strijd in 1944. Daarbij is trouwens ook de vrijwel volledige bebouwing van de dorpen Schoondijke en Breskens van de kaart geveegd.

Achterstelling

Kiemen voor het gevoel achtergesteld te zijn worden gelegd na de Tachtigjarige Oorlog. Zeeuws-Vlaanderen (behalve het Land van Axel) wordt dan niet bij Zeeland gevoegd, maar komt als Generaliteitsland onder rechtstreeks bestuur te staan van de Staten-Generaal. Hetzelfde lot treft de provincie Noord-Brabant en delen van Groningen en Limburg. Het gebied draagt tot het begin van de Franse Tijd in 1795 de naam Staats-Vlaanderen. De Generaliteitslanden worden in grote meerderheid bewoond door katholieken, die worden achtergesteld. Openbare ambten als het burgemeesterschap zijn voorbehouden aan protestanten. Ook worden de inwoners van de Generaliteitslanden fiscaal zwaarder belast dan die van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Aan deze achterstelling komt pas bij de onderbrenging van heel Zeeuws-Vlaanderen bij de provincie Zeeland op 19 september 1814.

Het gevoel achtergesteld te zijn hangt ook samen met het feit dat de inwoners moeten betalen om de rest van Nederland binnen te komen. Acties voor vrije veren brengen in 1958 duizenden inwoners op de been op het Binnenhof. Zij krijgen daar geen gehoor. De Zeeuws-Vlamingen moeten ook betalen voor passages door de op 14 maart 2003 geopende Westerscheldetunnel. Die zou de streek economische voorspoed moeten brengen maar sorteerde het tegenoverstelde effect. Bedrijven en semi-overheidsinstellingen sluiten namelijk hun vestigingen in Zeeuws-Vlaanderen omdat de overkant gemakkelijker bereikbaar is geworden door de tunnel.

Een van de laatste aardappeloogsten uit de Hertogin HedwigepolderEen van de laatste aardappeloogsten uit de Hertogin HedwigepolderGrote landschappelijke ingrepen versterken in het eerste kwart van de 20e eeuw het gevoel van vervreemding tegenover de politiek. Niet alleen jegens het landsbestuur maar ook richting ‘Middelburg’, ofwel het provinciebestuur. Dat is in de eerste plaats het besluit om de Hertogin Hedwigepolder in Nieuw-Namen onder te laten lopen als compensatie voor verloren natuurwaarden in het Schelde-estuarium. Veel Zeeuwen voelen zich hierdoor gegriefd. In het licht van de vele overstromingen die de provincie in de loop der geschiedenis teisterden vinden zij het onaanvaardbaar om vruchtbaar akkerland prijs te geven aan de zee. Dat argument speelt ook bij het breed gedragen verzet tegen Waterdunen bij Nieuwvliet. Onderdeel van dit natuurgebied is namelijk het doorsteken van de zeedijk om zout water in te laten. Maar ondanks de vele acties en de tot aan de hoogste instanties ingediende bezwaren vinden de plannen doorgang.

Religie

Lange tijd is religie sterk bepalend voor het verdelen van de regio in het in grote meerderheid rooms-katholieke oosten en de overwegend protestantse delen Kanaalzone en westelijk Zeeuws-Vlaanderen. In de loop van de 19e eeuw maakt de Rooms Katholieke Kerk een sterke opmars door in het westelijk deel. De verdeling is terug te voeren op het feit dat het oosten bij het ingaan van het Twaalfjarig Bestand in 1609 nog in Spaanse handen was. Daar bleef de bevolking in grote meerderheid trouw aan de roomse moederkerk. In de loop van de 20e eeuw slaat de secularisatie sterker dan in de rest van Zeeland toe. Zo wordt Zuidzande in 1996 door de sluiting van het Hervormde bedehuis het eerste kerkloze dorp van Nederland. De leegloop in de katholieke kerk raakt vanaf het eind van de 20e eeuw in een stroomversnelling door wordt versterkt door de vele misbruikschandalen.

Grenspositie

Grens van Overslag NL en Overslag B Grens van Overslag NL en Overslag B Zeeuws-Vlaanderen is bij uitstek een grensregio met invloeden van noord (de rest van Zeeland) en zuid (Belgisch gewest Vlaanderen). Dat kun je aan beide zijden van de regio prachtig zien aan bouwwerken. Zo staat in Sluis het enige Belfort van Nederland. Zulke wachttorens met klok zijn er meerdere te vinden aan de andere kant van de grens. Wie door het oude centrum van Hulst wandelt voelt de sfeer van Belgisch Vlaamse steden. Gent en Brugge zijn zowel letterlijk als figuurlijk dichterbij dan Middelburg, de hoofdstad van Zeeland.

De ligging aan de grens maakte Zeeuws-Vlaanderen voor Belgen een begeerd reisdoel, omdat ze er tot aan de opheffing van het bankgeheim hun financiële zaken regelden, terwijl ze en passant kwamen tafelen. Intussen zijn de meeste bankkantoren gesloten. Wat bleef is de rijk vertegenwoordigde horeca in met name Sluis, waar de Zuiderburen vrijwel dagelijks aan tafel zitten voor een rijkelijke lunch. Dat geldt ook voor Philippine, dat befaamd is als mosselstad. In steden als Hulst en Axel nam het belang van de horeca af na het verdwijnen van het bankgeheim.

Deel van Nederland

De geringe emotionele verbondenheid met Zeeland, en afgeleid met het Koninkrijk der Nederlanden, leidt er in 1830 toe dat heel wat inwoners, zeker in het oosten van de regio, zich sterk verbonden voelen met de Zuiderburen tijdens de Belgische Opstand.

Dat sentiment is veel minder wanneer België na de Eerste Wereldoorlog Wapenstilstand een poging doet om Zeeuws-Vlaanderen en Limburg te annexeren als straf voor de neutraliteit van Nederland tijdens deze wereldbrand. De zuiderburen leggen die uit als een pro-Duitse houding. Overal in Zeeuws-Vlaanderen ontstaan actiecomités tegen de annexatie. De grote mogendheden besluiten in juni 1919 in het Franse Versailles dat Zeeuws-Vlaanderen en Limburg Nederlands grondgebied blijven.

Aan de annexatieplannen van de Belgen dankt Zeeuws-Vlaanderen het in 1917 door dominee Jacob Pattist, A. Lijsen en J. Vreeken gemaakte volkslied. Het refrein daarvan is treffend voor de positie van de streek binnen het koninkrijk: ,,Van d'Ee tot Hontenisse, van Hulst tot aan Cadzand. Dat is ons eigen landje, maar deel van Nederland”.

*Later volgden meerdaagse verblijven in Aardenburg, Breskens, Hulst, Kloosterzande, Luntershoek, Nieuw-Namen, Philippine, Sas van Gent, Schoondijke, Waterlandkerkje en Westdorpe. Daarbij komen de eendaagse bezoeken met Staatspareltjes-collega Margreeth Ernens. Zij is geboren in Terneuzen en groeide ook op aan wat de rest van Zeeland aanduidt als ‘de overkant’.