headerbanner

Hulst krijgt bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 een enorme vluchtelingenstroom uit België te verwerken. Deze keer komt het niet tot oorlog in de stad zelf die zo vaak in de geschiedenis is geplaagd door krijgsgeweld. In de Tweede Wereldoorlog ontloopt Hulst de enorme verwoestingen door de Slag om de Schelde elders in de regio (onder meer Breskens, Oostburg en Sluis). Na 1944 wordt de stad een geliefd doel voor Belgen die er hun financiële zaken regelen. Na het opheffen van het bankgeheim komen er minder zuiderburen. Toch blijft Hulst voor hen nog steeds aantrekkelijk als winkelstad.

Tram

Hulst krijgt vanaf 15 december 1902 een lokaalspoorverbinding met de opening van de lijn der Stoomtram Hulst-Walsoorden (SHW). De Zeeuwsch-Vlaamsche Tramweg-Maatschappij (ZVTM) neemt in 1918 de exploitatie over van deze lijn.

Progressieve katholiek

De meest besproken inwoner van de stad is in het eerste kwart van de 20e eeuw ongetwijfeld de uit Haarlem afkomstige Hendrik Albert van Dalsum (20 juni 1868 – 26 november 1944). Hij werkt vanaf 1903 tot aan zijn dood als notaris in Hulst en valt op door zijn grote inzet voor kleine boeren en middenstanders. Zo sticht hij in oostelijk Zeeuws-Vlaanderen dertien coöperatieve boerenleenbanken. Van Dalsum is, hoewel zelf katholiek, wars van christelijke politieke partijen. Dat zet kwaad bloed bij de roomse en liberale notabelen. Zij regelen een boycot tegen het notariskantoor, waardoor Van Dalsum bijna tot de bedelstaf geraakt. Zijn vijanden klagen hem bovendien aan bij de Broederschap van Notarissen en Kandidaat-Notarissen in Middelburg. Het landelijk bestuur van de broederschap stelt Van Dalsum echter volledig in het gelijk. Bij de lagere sociale klassen geniet hij aanvankelijk grote populariteit, waardoor hij zitting krijgt in de gemeenteraad (1905-1915 en 1923-1925) en in Provinciale Staten (1910-1915 en 1931-1934 ) zitting krijgt als ‘onafhankelijk katholiek‘.
bron: Krantenbank Zeelandbron: Krantenbank ZeelandDe tegenstanders van de notaris kopen het weekblad De Zeeuwse Koerier op, waarvan hij jarenlang het boegbeeld was. Van Dalsum reageert daarop door zelf weekblad De Volkswil uit te geven, waarin hij zijn ideeën onbekommerd spuit en zijn tegenstanders bestookt. Bisschop Petrus Leijten van Breda veroordeelt het blad en waarschuwt tegen De Volkswil. Van Dalsum veroorzaakt in 1912 een schok met het uitgeven van een brochure waarin hij stelt dat de beginselen van de Franse revolutie niet strijdig waren met die van het evangelie, integendeel zelfs. De uitgave wordt geplaatst op de Vaticaanse Index Librorum Prohibitorum, de lijst van voor katholieken verboden boeken. In 1913 excommuniceert de kerk de notaris. Hij wordt dus uitgesloten van de sacramenten en raakt in een isolement. De bisschop van Breda noemt de notaris 'erger dan socialistisch'. Hulst rehabiliteert Van Dalsum voorjaar 2019 door een plein naar hem te noemen. Klik hier voor levensloop, 

Gasfabriek

Na de valse start in de 19e eeuw komt er in 1906 op een terrein aan het Oranjebolwerk een nieuwe gasfabriek die tot 1955 in bedrijf is. Een halve eeuw na sluiting van de gasbedrijven worden veel terreinen van voormalige gasfabrieken in Nederland gesaneerd, wegens bodemvervuiling. Onderzoek in Hulst leert in 1999-2001 dat daar ook de bodem van de vest is vervuild doordat de fabriek er tijdens de Tweede Wereldoorlog teerwater loosde. Bovendien is toen een deel van de vest gedempt met ijzeraarde. Bij het saneren van de waterbodem komt ook asbest boven, afkomstig van de daken van de voormalige gasfabriek. Het karwei wordt zodoende steeds gecompliceerder en kostbaarder, zeker wanneer ook nog munitie uit de Tweede Wereldoorlog opduikt. De aannemer wordt vervolgens uitgekocht wanneer een gespecialiseerd bedrijf het karwei overneemt.

Mobilisatie en vluchtelingen

Verzetje voor de vluchtelingenVerzetje voor de vluchtelingenOp 31 juli 1914 luidden de kerkklokken om aan te geven dat de Eerste Wereldoorlog is uitgebroken. De dag daarna volgt in Nederland algehele mobilisatie en krijgt Hulst een militaire bezetting. Duitse troepen vallen op 4 augustus 1914 België binnen en rukken snel op ondanks het heldhaftige verzet van de Zuiderlingen. Antwerpen capituleert na een beleg op 10 oktober. Uiteindelijk trekt het Belgische leger zich terug achter de IJzerlinie, waar ze met Britse hulp de hele oorlog standhouden.

De strijd leidt in augustus 1914 tot een massale vluchtelingenstroom richting Nederland. Naar schatting een miljoen Belgen trekken de grens over. Begin oktober 1914 verblijven er circa 80.000 burgervluchtelingen in Hulst. Na de capitulatie komen er nog eens 25.000 militairen bij. Een onvoorstelbaar zware last voor een stad die dan 3400 inwoners telt. Toch slaagt men erin de meeste vluchtelingen te voeden. Ze worden opgevangen in tenten, kerken, scholen, schuren, tenten en andere onderkomens. Een deel vindt onderdak in huizen van inwoners.

De meeste vluchtelingen keren na enkele weken tijd terug naar het land van herkomst. Enkele honderden Belgen blijven gedurende de hele oorlog inwonen bij gezinnen, terwijl een kleine groep rijken in hotels of pensions verblijft.
 

Vestingwerken opnieuw gered

In 1917 stelt raadslid August Poppe voor om de stadswallen te slopen. Stuitte een dergelijke ontwikkeling in 1818 nog op verzet van de voorzitter van de gemeenteraad, deze keer is dat niet het geval. Poppe krijgt steun van burgemeester Frans van Waesberghe, maar het voorstel strandt op verzet van andere gemeenteraadsleden.

Annexatiedreiging

De annexatie van Zeeuws-Vlaanderen wordt afgewend. In 2009 krijgt de regio een door Dingeman de Koning ontworpen vlag.De annexatie van Zeeuws-Vlaanderen wordt afgewend. In 2009 krijgt de regio een door Dingeman de Koning ontworpen vlag.Na de Eerste Wereldoorlog Wapenstilstand wil België Zeeuws-Vlaanderen en Limburg annexeren als straf voor de neutraliteit van Nederland. De zuiderburen leggen die uit als een pro-Duitse houding. August Poppe, die zich in 1917 sterk maakte voor sloop van de vesten, dient een motie in tegen de annexatie. Veel meer dan in 1830 zijn de gevoelens pro-Nederlands. Overal in Zeeuws-Vlaanderen ontstaan actiecomités tegen de annexatie. De grote mogendheden besluiten in juni 1919 in het Franse Versailles dat Zeeuws-Vlaanderen en Limburg Nederlands grondgebied blijven. Dominee Jacob Pattist, A. Lijsen en J. Vreeken brengen in 1917 een Zeeuws-Vlaams volkslied uit als reactie op de Belgische plannen. Vooral het refrein raakt bekend: ,,Van d'Ee tot Hontenisse, van Hulst tot aan Cadzand. Dat is ons eigen landje, maar deel van Nederland”.De hervormden nemen de preekstoel mee naar de nieuwe kerkDe hervormden nemen de preekstoel mee naar de nieuwe kerk

 

Hervormde kerk 

In 1929 vertrekt de Nederlandse Hervormde gemeente uit het schip van de Sint Willibrorduskerk, waarna het bedehuis voor het eerst sinds 1645 weer geheel wordt gebruikt voorn de rooms-katholieke eredienst. De protestanten krijgen in ruil voor deze stap 120.000 gulden mee, waarvan ze een eigen kerk bouwen aan de Houtmarkt. Daarin komt ook de preekstoel die is gebruikt in de Willibrorduskerk.

Naar aanleiding van het volledige wijden van het gebouw aan de katholieke eredienst verheft paus Pius XI de kerk in 1935 tot basiliek.

 

750 jarig bestaan

Op 19 augustus 1930 wordt feestelijk herdacht dat de stad in 1280 stadsrechten kreeg. Ook koningin Wilhelmina woont de viering bij van het 750-jarig bestaan.

Reynaert de Vos

ReynaertmonumentReynaertmonumentOp de Groote Markt komt in 1938 een door Anton Damen ontworpen beeld van de hoofdpersoon uit het beroemde epos van Reynaert de Vos van de hand van Willem die Madocke makede’. Het kunstwerk verhuist in 1945 naar de landzijde van de Gentsepoort. Op de hoek van de Steenstraat en de Groote Markt staat sinds 1999 de door Chris Ferket gemaakte beeldengroep ‘als de vos zijn passie preekt’. In 1937 geniet Hulst voor het eerste van een toneelvoorstelling over het Reynaert-verhaal. In jaren vijftig en zestig van de 20e eeuw trekken optochten door de stad met taferelen uit het drama over het sluwe en wrede dier, in de jaren tachtig gevolgd door de Reynaert Ommeganck en openluchtspelen. Klik hier voor meer informatie. 

Tweede Wereldoorlog

Vooroorlogse spitsVooroorlogse spitsHet ziet op 10 mei 1940, de dag waarop ons land wordt betrokken bij de Tweede Wereldoorlog, boven Hulst zwart van de Duitse vliegtuigen. Die zijn ingezet bij het bombarderen van Antwerpen en Belgische vliegvelden. Op dezelfde dag worden de in Hulst verblijvende Meinoud Rost van Tonningen en Cornelis van Geelkerken gevangen gezet. Dat gebeurt ook elders in het land met mensen die ervan worden verdacht met de vijand te heulen. Beiden zijn kopstukken van de pro-Duitse Nationaal Socialistische Beweging (NSB). Rost is lid geweest van de Tweede Kamer. Van Geelkerken behoorde tot de oprichters van de NSB en was de bekendste propagandist van de beweging. Het duo wordt geïnterneerd in het Maristen-klooster en vervolgens naar Frankrijk getransporteerd. In juni keren ze terug in Hulst. Op 12 mei arriveren er in de stad honderden Nederlandse militairen die zijn getraumatiseerd door de overrompeling van de Peel-Raam-stelling in Noord-Brabant. Op 18 en 19 mei trekken grote aantallen geallieerde militairen door de stad. Duitse vliegtuigen kruisen het luchtruim, maar het komt niet tot een treffen. Op 21 mei zijn de eerste Duitse militairen te zien.

De bezetting verloopt in Hulst relatief rustig. Wel wordt tegen het einde van de oorlog, net als tijdens conflicten van eeuwen daarvoor, gegrepen naar het wapen van de inundatie. Vanaf 2 april 1944 wordt water ingelaten. Eind 1944 zijn alle onder water gezette polders weer droog. De bezetters gebruiken de toren van de Willibrorduskerk als uitkijkpost van de Duitsers. Zij brengen op de luidklok de teksten ‘1940’, ‘Gott strafe England’ en een hakenkruis aan, dat nog altijd zichtbaar is. Ook op een muur op de luidzolder staat een Duitse tekst met hakenkruis. Op 18 september treffen granaten de toren, waardoor deze grotendeels afbrandt.

Omstreden nieuwe spitsOmstreden nieuwe spitsNa de Tweede Wereldoorlog wordt een prijsvraag uitgeschreven voor het ontwerpen van een nieuwe torenbekroning. In 1957 verrijst de huidige spits, die de naam ‘de Prediker’ draagt. Het gevaarte is ontworpen door Jan Brouwer. De toren wordt bekroond door een Christusbeeld, dat wordt omringd door engelen en stemvorken. In België komt deze vorm vaak voor, in Nederland zelden. De torenbekroning is in Hulst tamelijk omstreden.

Nadat de laatste Duitsers op 18 september vertrekken komen een dag later de eerste Poolse bevrijders de stad binnen. Hulst ontsnapt aan het vreselijk lot dat veel plaatsen in de regio treft. Zo worden Breskens, Oostburg en Sluis met de grond gelijk gemaakt en lopen andere plaatsen zware oorlogsschade op.

Afrekeningen

NSB’ers, ‘moffenmeiden’ en andere mensen die ervan verdacht worden te hebben geheuld met de vijand worden na de bevrijding aangehouden en in afwachting van berechting opgesloten in kampen. De omstandigheden in die verblijven lopen nogal uiteen, zo meldt Jan. P. Zwemer in zijn boek Zeeland 1940-1945. Degenen die worden opgesloten op het groot Eiland tussen Hulst en Stoppeldijk zijn wel heel slecht af. In dat kamp worden gevangenen systematisch mishandeld. Zo is er sprake van verkrachtingen en schijnexecuties. Bij een gering vergrijp lopen de gedetineerden het risico te worden opgesloten in het ‘hondenhok’, waar ze luidkeels blaffende geluiden moeten maken.

Idyllisch Groot Eiland was berucht gevangenkampIdyllisch Groot Eiland was berucht gevangenkampBurgemeestersperikelen

Bernard Truffino treedt in 1925 aan als burgemeester. Nadat de bezetter hem in 1943 schorst, treedt C. van Rooy aan als waarnemer. Nadat hij in 1944 besluit onder te duiken zijn achtereenvolgens de NSB’ers Cyriel van Duyse en J. Hettema korte tijd waarnemer. De burgemeesterszetel blijft leeg wanneer Hettema niet terugkeert van vakantie. Het Militair Gezag benoemt na de bevrijding de handelaar in bouwmaterialen P. Blommaert tot waarnemer. Hij blijft aan tot de terugkeer van Truffino in 1946. De laatste treedt in augustus 1954 af na een veroordeling wegens het ontduiken van de belastingen. Het gaat om een relatief klein vergrijp.

Bron: Documentatiecentrum Nederlandse Politieke PartijenBron: Documentatiecentrum Nederlandse Politieke PartijenPolitieke omwenteling

De uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen in 1946 betekent voor Hulst een plaatselijke revolutie. De Katholieke Volkspartij (KVP), representant van de gevestigde macht, valt terug van 60 naar 41 procent en krijgt 5 van de 11 zetels. De overige partijen, waaronder die van de katholieke vernieuwers, verdelen de twee wethoudersposten, waardoor de KVP buitenspel staat. Deze partij herwint overigens haar machtspositie bij de stembusgang van 1949 door ruim 63 procent te scoren, een niveau dat ook in 1953 wordt behaald. Vanaf 1958 slaat de versnippering toe en doen er tot en met de verkiezingen van 1974 louter plaatselijke lijsten mee. De meeste worden overigens getrokken door katholieke politici. In 1978 duikt het CDA op als landelijke partij. Deze behaalt op 31 mei van dat jaar 3 van de 17 raadszetels. In 1982 doen alleen landelijke partijen mee in Hulst. Het CDA is met 23,2 procent de grootste partij en bezet 4 van de 17 zetels. In 1986 behoudt de partij dit aantal terwijl PvdA en VVD er beide 3 binnenhalen. De overige zetels zijn voor lokale partijen. In 1990 gaat het CDA van 4 naar 6 zetels, terwijl PvdA en VVD op drie blijven staan. Groot Hulst behaalt net als het CDA een kwartet. In 1994 wordt deze partij samen met Gemeenschappelijke Belangen de grootste met zes zetels. In 2018 krijgt Algemeen Belang Groot Hulst 7 van de dan te verdelen 21 zetels, is het CDA tweede met vier raadsleden en krijgt Groot Hulst er 3.

Vesting hersteld

Vanaf 1950 komt de gemeente door aankopen in het bezit van vrijwel de hele vesting. Verdwenen delen worden gereconstrueerd en zo wordt Hulst een van de mooiste vestingsteden van het land. Vanaf 1956 worden de enorme restanten opgegraven van de Keldermanspoort, een indrukwekkende versterking. Het is een dubbele poort, die zowel over land als over water toegang geeft tot de stad. Na restauraties in 1986 en 1999-2000 zijn de resten van het complex weer in volle glorie te bewonderen.

Lyceum geopend

In aanwezigheid van bisschop van Breda Jos Baeten en commissaris van de koningin Jhr. mr. Auguste François Charles de Casembroot wordt zaterdag 26 november 1949 het rooms-katholieke
Jansenius-lyceum geopend, dat later opgaat in het Reynaertcollege voor vmbo, havo en vwo.   

Koopstad

Wanneer vanaf 1955 de winkels op zondag open mogen, komt er een stroom Belgen op gang. Eerst om de goedkope boter, maar spoedig daarna ook voor bankzaken. Belgen stallen wegens het bankgeheim massaal hun zwart geld in Zeeuws-Vlaanderen. Ze komen ook om de rente te innen over hun obligaties. In eigen land roomt de fiscus die af, maar in Nederland kan dat belastingvrij. En passant prikken de zuiderburen in Hulst een vorkje. Goed voor de horeca in Hulst en ook voor die in Sluis, Oostburg en Aardenburg. De Belgische invasie gaat ook gepaard met de vestiging van seksshops. Nederland is daar in de 20e eeuw veel vrijer in dan België.

Zorg

Bisschop van Breda Jos Baeten opent in 1960 het nieuwe ziekenhuis. In 1984 besluiten Provinciale Staten van Zeeland tot het bouwen van een streekziekenhuis in Terneuzen. Dat betekent het einde voor de instellingen in Sluiskil en Hulst. Het Liduinaziekenhuis sluit in 1988. Prinses Margriet opent op maandag 28 oktober 1968 het rooms-katholieke bejaardenhuis De Blaauwe Hoeve. Het Liefdehuis aan de Potterstraat maakt dan plaats voor woningen.

 

21e eeuw

Terugloop bezoek Belgen

De komst van de euro in 2001 en het opheffen van het bankgeheim betekenen dat veel Belgen niet meer naar Zeeuws-Vlaanderen komen. In Hulst, maar ook in plaatsen als Axel, Oostburg en Sluis, loopt de werkgelegenheid in de banksector zeer sterk terug. Dat de zuiderburen hun zwart geld niet langer in de regio komen stallen is eveneens een klap voor de horeca in Hulst. De opening van de Westerscheldetunnel betekent in 2003 het einde van de veerverbinding Perkpolder-Kruiningen. Ook dat is negatief voor de stad.

Reynaert-boeken in museumReynaert-boeken in museumToerisme

Dat neemt niet weg dat de stad sterke troeven in handen heeft om zich te profileren op de toeristenmarkt. Daaronder zijn de zeer gave vestingwerken, die hun gelijke in Nederland nauwelijks kennen. Dat is aantrekkelijk voor cultuurminnaars. De sterke horecasector is ook een pré van de stad. Kwamen vroeger veel Belgen op zondag naar Nederland vanwege de winkelopenstelling op die dag, intussen is ook in hun land het beleid op dat vlak versoepeld. Toch blijft Hulst ook in de 21e eeuw bij de Belgen geliefd als koopstad. Het gaat dan vooral om supermarkttoerisme. Dat komt doordat meeste levensmiddelen in Nederland goedkoper zijn dan ten zuiden van de grens.

Mooiste kerk

De in 1999 gerestaureerde basiliek eindigt in 2009 tijdens een door de NCRV opgezette verkiezing van de mooiste kerk in Nederland op de eerste plaats.

Toeristen welkom op de BierkaaiToeristen welkom op de BierkaaiAanleg Bierkaai

In 2012 komt het water in de stad terug door het herstellen van de haven aan de Bierkaai. Hier lag in vroeger eeuwen het begin- en eindpunt van de handelsroute tussen stad en Schelde. Aan de Bierkaai zijn diverse horecagelegenheden gevestigd. Veel toeristen komen niet verder dan de terrassen aan de Grote Markt en missen zodoende dit sfeervolle stukje stad onder de wallen bij de indrukwekkende resten van de Keldermanspoort.

Hotelbouw

In 2019 wordt bekend dat de exploitant van hotel Hulst fors wil uitbreiden. Dat is ook nodig om de stad die zoveel potentie heeft, toeristisch beter op de kaart te krijgen. De veel geroemde serie Typisch Hulst die in het najaar van 2019 wordt uitgezonden, is typisch zo’n klein beetje dat daarbij kan helpen. Klik hier voor de serie. Café-pension The Prince of Wales van Peter Ummenthum. Eén van de parels uit Typisch Hulst Café-pension The Prince of Wales van Peter Ummenthum. Eén van de parels uit Typisch Hulst

Verantwoording

Staatspareltjes raadpleegde bij de totstandkoming van dit historisch overzicht schriftelijke en digitale bronnen. Wie meer wil lezen over de geschiedenis van Hulst kan terecht in de volgende boeken:

De haven van Hulst vanaf de Middeleeuwen tot in de Franse Tijd, Jan Lockefeer, 2018, Drukkerij Room Sint Niklaas 

Geschiedenis van Hulst, Pieter Joseph Brand, 1972, Uitgave gemeente Hulst. Brand was directeur van het gewestelijk arbeidsbureau en wethouder van de gemeente Hulst. Klik hier voor levensloop.

Gedenkboek der Hulster Stede 1180-1930.,J. Adriaanse, 1930, Uitgeversbedrijf De Spieghel Amsterdam

“Want wat zoekt de Belg anders dan uwe ….. verbanning?”, Zeeuws-Vlaamse steden en dorpen tijdens de Belgische Opstand 1830-1831, Scriptie Pieter Prins

Diverse interessante wetenswaardigheden zijn te vernemen via de website zeeuwseankers.nl

Klik hier om een reactie te plaatsen