headerbanner

In de eerste helft van de 19e eeuw raakt Hulst bijna aan de bedelstaf door de Franse bezetting. Het huisvesten en voeden van de militairen kost een kapitaal. Hulst krijgt in 1830 te maken met de Belgische Opstand. Nadat vanaf 1859 de poorten ’s nachts niet meer gesloten worden maakt de stad zich op voor betere tijden. In 1871 krijgt Hulst aansluiting op het spoor.

Kerkelijke ontwikkelingen

Gedenkraam in de basiliekGedenkraam in de basiliekNapoleon maakt in 1801 een eind aan de ontkerstening door het sluiten van een concordaat met paus Pius VII. Dit akkoord voorziet onder meer in herstel van de godsdienstvrijheid.Het concordaat in Rome en de gelijkberechtiging van godsdiensten in de Lage Landen leidt er toe dat de rooms-katholieken zich tot de Franse autoriteiten richten om de Willibrorduskerk terug te krijgen, die sinds 1645 in handen is van de gereformeerde gemeente. In 1807 krijgen ze toestemming om het koor en het zuidertransept in gebruik te nemen voor de katholieke eredienst. De protestanten, met wie de katholieken hebben onderhandeld, houden hun diensten voortaan in het schip. In de kerk komt een scheidingswand. Op 6 april1807 wordt het katholieke deel onder grote publieke belangstelling ingewijd.

Straatweg

De keizer stimuleert het aanleggen van straatwegen. Het gaat om ‘routes impériales’ en ‘routes départementales’, oftewel keizerlijke en departementale wegen. In Nederland worden ze vaak aangeduid als Napoleonswegen. In 1810 begint de aanleg van een departementale weg tussen Hulst en Kapellebrug.

GeneraliteitslandGeneraliteitslandEinde Franse Tijd

Hulst lijdt tot aan het eind van de Franse Tijd onder de gevolgen van de bezetting. De 375 militairen in de stad worden op bevel van de commandant allen ingekwartierd in huizen rond de Grote Markt. De bevolking van de stad moet voor eten en drinken zorgen.

Op 14 januari 1814 wordt in Hulst de staat van beleg afgekondigd en mag niemand zich vertonen op de wallen of de dan bevroren vesten. Het zijn de laatste stuiptrekkingen. Op 14 februari wappert de Oranjevlag vanaf de stadhuistoren en is de bevrijding een feit. Deze betekent ook het einde van de lage status van Zeeuws-Vlaanderen als Generaliteitsland.

De regio wordt 20 juli 1814 onderdeel van de provincie Zeeland en dus van de republiek. Bij de inhuldiging van Willem I op 21 september 1815 wordt Zeeuws-Vlaanderen onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden.

Vestingwerken gered

De vesting Hulst wordt in 1816 opgeheven. Dat betekent niet alleen vertrek van militairen en hun gezinnen, maar ook het verdwijnen van de verdedigingswerken, zoals elders in het land vaak het geval is. In het eerste kwart van de 19e eeuw maken nog niet zoveel mensen zich druk om het behoud van monumenten en natuurschoon. Gelukkig behoort burgemeester Izaac Henrij Gallandat wel tot die categorie. Hij weet te bereiken dat de gemeente de vesten en wallen mag pachten van het Rijk. Andere delen van de vesting komen in particuliere handen.

19e eeuwse strip over de Belgische Revolutie. Collectie Rijksmuseum19e eeuwse strip over de Belgische Revolutie. Collectie RijksmuseumBelgische Omwenteling

De onafhankelijkheidsstrijd van België, dat sinds 1815 deel uitmaakt van het Koninkrijk der Nederlanden, brengt onrust in de regio. De strijd in het zuiden dreigt over te slaan naar Zeeuws-Vlaanderen. In het overwegend rooms-katholieke oosten van de streek voelen de inwoners zich niet zo Nederlands. Voor de opstand in het zuiden bestaat sympathie, mede door de wederzijdse familiebanden over de grens. Kennis van anderhalve eeuw katholieke achterstelling is ook al geen vruchtbare voedingsbodem voor grote sympathie jegens de vorst en het door protestanten gedomineerde bestuur. Aan protestantse kant ligt dit vanzelfsprekend anders.

Voor de lokale overheden is het in deze omstandigheden afwachten. Zullen de opstandelingen naar het noorden oprukken? Zijn we trouw aan de koning of kiezen we partij voor de opstand.

Opstandelingen trekken binnen

Bolwerk Generaliteit in Sas van gentBolwerk Generaliteit in Sas van gentErnest Grégoire, een man die in 1830 een belangrijke rol speelt bij de omwenteling in Gent en Brugge ten gunste van de Belgische Opstand, trekt in oktober van hetzelfde jaar Zeeuws-Vlaanderen binnen. Doel is de gemeentebesturen te bewegen het Voorlopig Bewind in Brussel te erkennen en zich zo af te keren van het noorden. Een tweede eis is dat de Brabantse vlag wordt gehesen. Het gewapende vrijkorps van Grégoire boekt enige successen. Zo kiezen IJzendijke en Sas van Gent de kant van de Belgen. Op 21 oktober 1830 trekken Grégoire en zijn mannen Hulst binnen. De stad is onbeschermd omdat het bestuur het niet aandurfde om de schutterij te bewapenen, uit vrees dat die zich mogelijk zou inzetten voor de Belgische zaak. Dat is in het zuiden ook op diverse plaatsen gebeurd. Grégoire en zijn mannen maken zich meester van de kas van de stad en de aanwezige wapens, iets wat ze eerder al in Terneuzen en Axel deden. In Hulst weigert de protestantse burgemeester Von Raden om de eisen van de bezetters (erkenning Voorlopig Bewind en uitsteken van de Brabantse vlag) in te willigen. De twee wethouders en de vier gekozen raadsleden voelen wel voor inwilliging van de eisen. Daar zij echter gebonden zijn aan de eed aan koning Willem I besluiten zij op 22 oktober om af te treden. Daarop wordt een dag later een nieuw gemeentebestuur gekozen, dat zich overigens niet uitspreekt over de Belgische eisen. Toch is Grégoire tevreden over de gang van zaken, zodat hij op 27 oktober vertrekt. Het duurt tot 11 januari 1831 alvorens eindelijk Nederlandse militairen arriveren om de stad te beschermen. Tijdens de 10-daagse veldtocht (2 tot 12 augustus 1831) probeert het garnizoen vergeefs het Oost-Vlaamse dorp De Klinge te veroveren. Een poging om kanonnen op de stellen op de weg naar Sint Niklaas mislukt ook al. De militairen worden beschoten door de Belgen en moeten zich terugtrekken in de vesting Hulst. De actie kost 20 manschappen het leven.

Kanaalplannen

Hulst is niet meer met het buitenwater verbonden. Dat komt doordat de verbinding met de Schelde via de Oude Haven langs Luntershoek naar het Hellegat ten noordwesten van Hengstdijk in 1798 verdwijnt door bedijking van de Riet- en Wulfsdijkpolder. Vanaf 1818 ontstaan er plannen om een kanaal naar Axel te graven en zo opnieuw een verbinding te creëren met het buitenwater. Het in 1825 aan een aannemerscombinatie gegunde werk vlot niet, mede doordat werkdammen meerdere malen worden vernield. In 1828 komt het karwei onder beheer van de provincie. Het werk komt in 1830 geheel stil te liggen door de Belgische Opstand. Daarna is gepoogd het te voltooien, maar het raakte nooit geschikt voor de scheepvaart.

foto Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoedfoto Rijksdienst voor het Cultureel ErfgoedStadhuis gered

Burgemeester Jacob Levinus van Dortmont laat in 1837 een begroting opmaken voor herstel van het vervallen stadhuis. Hij klopt bij koning Willem I en het provinciebestuur vergeefs aan om financiële steun.

De gemeenteraad besluit daarop in 1840 met 4 tegen 3 stemmen om over te gaan tot sloop. Burgemeester Van Dortmont doet vervolgens keer op keer een beroep op de besturen in Middelburg en Den Haag en boekt dan alsnog succes.

Het stadhuis wordt opgelapt, maar helaas blijft er maar weinig over van de gotische stijlelementen.

Honger

Ziekte onder de aardappelen en mislukte oogsten van dit volksvoedsel leiden in 1845 tot hongersnood in Zeeland en dus ook in Hulst. Het mislukken van de roggeoogst maakt dit probleem nog groter. De burgemeester lost dit probleem bekwaam op. Hij schrijft een lening uit van f 1000,-- voor de aankoop van levensmiddelen. De armen die hiervan profiteren moeten, mits zij gezond van lijf en leden zijn, een aandeel leveren bij de werkverschaffing. Die bestaat vooral uit het verbeteren en onderhouden van wegen.

De Gentse Poort blijft evenals de andere ingangen van de stad dag en nacht geopendDe Gentse Poort blijft evenals de andere ingangen van de stad dag en nacht geopendPoorten open

Bij het binnenkomen en verlaten van de stad dient poortgeld te worden betaald. De toegangen van de stad worden ’s nachts gesloten. In 1859 wordt besloten de poorten niet meer te sluiten. Zo komt er een eind aan de gehate heffing en een onnodige belemmering voor het goederen- en personenverkeer. De maatregel betekent ook dat de stadspoorten in verval raken. In het vierde kwart van de 19e eeuw verwerpt de gemeenteraad liefst vier keer een voorstel om ze af te breken, simpelweg omdat slopen ook geld kost en Hulst armlastig is

Zorg

In 1861 wordt aan de Potterstraat het Sint Elizabeth Liefdehuis geopend. Hier verzorgen zusters Franciscanessen behoeftige ouderen en jeugdige wezen. De instelling wordt later uitgebreid met een ziekenhuisafdeling. Dat is het begin van het Sint Liduinaziekenhuis. Spoorlijn Hulst krijgt op 10 april 1871 aansluiting op de spoorlijn Mechelen-Gent-Terneuzen. Tussen Hulst en Terneuzen kan er ook in en uit worden gestapt in Kijkuit, Axel en Sluiskil. De Société Anonyme du Chemin de Fer International de Malines à Terneuzen exploiteert de verbinding. Na het faillissement van deze onderneming in 1931 gaat de lijn over naar de maatschappij ‘Mechelen-Terneuzen’. Het aanvankelijk redelijke reizigersaanbod zakt tijdens de Dertiger Jaren in. Wanneer de maatschappij ‘Mechelen-Terneuzen’ in 1948 het loodje legt komt de lijn in handen van de Nederlandse Spoorwegen (NS). De NS staakt in oktober 1951 het reizigersvervoer tussen Terneuzen en Hulst. Aan het goederenvervoer op het traject Sluiskil-Hulst-Sint Niklaas komt op 28 mei 1968 een einde. Daarna is er alleen nog goederenvervoer tussen de haven van Terneuzen en de Axelse Vlakte. Vanaf het eind van de 20e eeuw gaan er steeds stemmen op om de spoorlijn nieuw leven in te blazen.

Gasfabriek

In 1870 opent een fabriek voor de productie van gas uit petroleum. De gemeente exploiteert deze onderneming vanaf 1875. Wegens brand, tegenvallende opbrengsten en slechte gashouders, leidingen en meters sluit de gemeente de fabriek in 1889 en komen de petroleumlampen weer terug als straatverlichting.

Gedenkraam nieuwe torenGedenkraam nieuwe torenTorenbrand

In 1876 wordt de toren van de Willibrorduskerk in de as gelegd na blikseminslag. Het carillon is tijdens de brand in werking getreden. Daardoor komt de spits onder klokgelui naar beneden. De toren wordt hersteld in neogotische stijl naar een ontwerp van de beroemde architect P. J. Cuypers.

Klik hier om een reactie te plaatsen