headerbanner

De verovering van de stad door de Spanjaarden in 1596 betekende herstel van de rooms-katholieke eredienst. Daar komt een eind aan nadat stadhouder Frederik Hendrik in 1645 Hulst herovert. Vanaf die tijd wordt de stad, evenals de rest van Zeeuws-Vlaanderen, als ‘Generaliteitsland’ rechtstreeks bestuurd door de Staten-Generaal. Noord-Brabant en delen van Groningen en Limburg delen in die positie, welke neerkomt op achterstelling binnen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De verovering is ook het begin van anderhalve eeuw onderdrukking van de Rooms Katholieke Kerk. Daar komt in 1794 een einde aan wanneer Franse troepen de stad veroveren; het begin van de Franse Tijd.

17e eeuw

Kerkherstel

De inname van Hulst door de Spanjaarden in 1596 betekent dat de rooms-katholieke eredienst terugkeert. De kerk wordt opgeknapt en in 1612 voorzien van een orgel, gemaakt door Louis Isoré. Dit instrument wordt in 1712 uitgebreid, maar is in de kern nog altijd 17e eeuws en behoort tot de oudste kerkorgels van Zeeland.Herstel katholieke eredienst gaat gepaard met komst orgelHerstel katholieke eredienst gaat gepaard met komst orgel

Kunst en cultuur

Begin van de 17e eeuw herstelt ook het culturele leven en keren de rederijkers (klik hier voor meer informatie) terug op het toneel. Sinds de Middeleeuwen spelen zij religieuze voorstellingen op kerkelijke hoogfeesten en kluchten. Klik hier voor meer over de geschiedenis  Tot de bekende schilders die de stad voortbrengt behoort Cornelis de Vos (Hulst, 1584 - Antwerpen, 9 mei 1651). Klik hier voor levensloop.

Hulst wordt Staats

Raam Frederik Hendrik in de basiliekRaam Frederik Hendrik in de basiliekNa de dood van prins Maurits in 1625 wordt zijn halfbroer Frederik Hendrik bevelhebber van de Staatse troepen. Hij probeert in 1637 Hulst in te nemen met een verrassingsaanval. De militairen die zich bij de vestinggracht bevinden worden echter opgemerkt door een man die de nacht buiten moet doorbrengen omdat hij pas na het sluiten van de poorten bij de stad arriveert. Hij slaat alarm, waarna de aanvallers zich halsoverkop terugtrekken. September 1639 valt Frederik Hendrik opnieuw aan vanuit de Polder Namen bij het huidige Nieuw Namen. Aartshertog Ferdinand van Oostenrijk, sinds 1634 landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden, weet hem echter met een grote troepenmacht de pas af te snijden.

In 1640 volgt een derde poging van Frederik, opnieuw vanuit de Polder Namen. Het komt tot bloedige slagen bij Absdale ten westen en Fort Moerschans ten oosten van de stad. Frederik Hendrik moet door de grote Spaanse tegenstand opnieuw de aftocht blazen. De Friese stadhouder Hendrik Casimir, een belangrijke aanvoerder van het Staatse leger, wordt op 4 juli door een kogel getroffen en overlijdt op 12 juli op de leeftijd van 28 jaar. Frederik Hendrik doet in 1645 een nieuwe poging de stad in te nemen. Hij slaat op 6 oktober van dat jaar het beleg rond de stad, welke hij op 4 november weet in te nemen. De uittocht van de Spaanse militairen gaat gepaard met het vertrek van de katholieke geestelijkheid. Frederik Hendrik woont op 12 november een plechtigheid bij waarmee zijn overwinning wordt gevierd. Dat gebeurt in de kerk die dan is ontdaan van beelden en andere tekens van de rooms katholieke eredienst.Uittocht van het Spaanse garnizoen uit Hulst in 1645, getekend door Pieter Nolpe 1645. Collectie Rijksmuseum Uittocht van het Spaanse garnizoen uit Hulst in 1645, getekend door Pieter Nolpe 1645. Collectie Rijksmuseum

Gilden

Na de omwenteling van 1645 krijgt het stadsbestuur een grote vinger in de pap bij de gilden. Zo beslist de magistraat over het toelaten van nieuwe leden. De gilden krijgen boven alle een overdeken toegewezen die toezicht houdt. De gilden zijn verplicht om bedragen te betalen aan de stad, de armen, het weeshuis en de Nederduitsch Gereformeerde Kerk. Het laatste zal bij velen pijn doen omdat maar een kleine minderheid van de inwoners protestants is.Gezicht op Hulst, getekend door  Gaspar Bouttats in 1674. Collectie RijksmuseumGezicht op Hulst, getekend door Gaspar Bouttats in 1674. Collectie Rijksmuseum

Generaliteit

Hulst wordt na de verovering door de stadhouder geen onderdeel van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, maar komt met de rest van Zeeuws Vlaanderen onder rechtstreeks bestuur te staan van de Staten-Generaal. Evenals de provincie Noord-Brabant en delen van Groningen en Limburg wordt de regio een Generaliteitsland. Zeeuws-Vlaanderen draagt tot het begin van de Franse Tijd in 1795 de naam Staats-Vlaanderen. Graaf van Nassau-Siegen wordt in 1645 benoemd tot eerste gouverneur namens de Staten Generaal. De Generaliteitslanden worden in grote meerderheid bewoond door katholieken, die worden achtergesteld. Openbare ambten als het burgemeesterschap zijn voorbehouden aan protestanten. Ook worden de inwoners van de Generaliteitslanden fiscaal zwaarder belast dan die van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Schuilkerk

Hulstenaren lopen naar De Klinge om ter kerke te kunnenHulstenaren lopen naar De Klinge om ter kerke te kunnenNa de inname van stad worden de eerste predikanten aangesteld. Zij staan in dienst van de voornaamste protestantse geloofsgemeenschap: de Nederduitse Gereformeerde Kerk. Deze krijgt in 1816 de naam Nederlandse Hervormde Kerk. Druk hebben de gereformeerde dominees het niet. De Hulstenaren blijven in grote meerderheid de kerk van Rome toegedaan. Zij trekken ’s zondags naar het Belgische De Klinge om daar de mis bij te wonen. Dat gaat niet zomaar, zo blijkt uit de archieven van de Sint Willibrordparochie, die berusten bij het Gemeentearchief Hulst. Omdat de gouverneur zich eraan ergert dat de katholieken zondagochtend door de straten Herinneringsraam in de basiliekHerinneringsraam in de basiliekvan de stad trekken richting De Klinge, wordt in 1651 een weg om de vesting heen aangelegd. Ze moeten voor deze ‘paepenwegh’ een tol van een halve, later een hele, stuiver betalen bij het passeren van de Gentse poort. Bij een inval in een schuur van Manen Marchand in de Potterstraat in Hulst blijkt dat daar de mis wordt bediend. In 1689 wordt het verbod op uitoefening van de rooms-katholieke eredienst verzacht. Mits ze de daarvoor een vaste belasting betalen mogen ze samenkomen in een schuilkerk in de Overdamstraat. De parochie huurt voor dit doel een schuur van Piet Houwe. Uit de oudste kerkrekening (1691-1703) blijkt dat die fungeert als een volwaardige parochiekerk.

Torenbrand

De kerktoren brandt 20 november 1663 af nadat de bliksem inslaat. Het vuur vernielt ook het dak van het koor en andere delen van de kerk. Het duurt tot 1686 eer het herstel is voltooid. De bij de brand vernielde beiaard wordt in 1672 vervangen door een 28 klokken tellend carillon van de befaamde gieter Pieter Hemony.

Rampjaar

Nadat in 1672 (het ‘Rampjaar’) de Republiek wordt aangevallen door Engeland, Frankrijk en de bisschoppen van Munster en Keulen stijgt de spanning in Hulst. Polders worden geïnundeerd en de vesting wordt versterkt. De ingezetenen van Hulst moeten hieraan gedwongen meewerken. De gevreesde aanval van Franse zijde blijft echter uit. Doordat veel polders nog onder water staan lijdt de stad begin 1682 zwaar onder een storm. Bruggen over de vestinggrachten worden weggeslagen en een groot deel van Hulst staat onder water. 

 

Maquette in Museum HulstMaquette in Museum Hulst

18e eeuw

Franse aanval

De beroemde vestingbouwer Menno van Coehoorn verblijft van 1701 tot eind 1703 in de stad en zorgt er door zijn adviezen mede voor dat de verdedigingswerken in een perfectie conditie verkeren. Dat komt goed van pas wanneer Hulst wordt betrokken bij de Spaanse Successieoorlog (1701-1713). Dat conflict draait om de aanspraken die de Franse koning Lodewijk XIV heeft op de troon van Spanje na het overlijden van koning Karel II. De Duitse keizer Leopold I aast ook op het Spaanse koningschap. Duitsland, Engeland en de Republiek keren zich tegen Frankrijk. Zo komt het dat een Frans leger onder aanvoering van generaal en vestingbouwer Sébastien Le Prestre de Vauban mei 1702 op Hulst afmarcheert. De Fransen veroveren diverse forten rond de stad, maar het lukt ze niet om de stad in te nemen.   Na de herovering van de forten Grote en Kleine Kijkuit druipen ze op 5 september af.Ontzet Hulst in 1702. Collectie RijksmuseumOntzet Hulst in 1702. Collectie Rijksmuseum

Watersnood

Een hevige storm leidt ertoe dat op 3 maart 1715 diverse dijken doorbreken in de polders rond Hulst. Het water komt nog hoger dan in 1682 en Hulst verandert in een eiland. De vesting loop zware schade op.

Fransen nemen Hulst in

Slot Loevestein, tekening  Gerrit Lamberts. Collectie RijksmuseumSlot Loevestein, tekening Gerrit Lamberts. Collectie RijksmuseumDe stad wordt ook aangevallen tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog (1741-1748), waarin Frankrijk, Pruisen en Spanje het opnemen tegen de nieuwe Oostenrijkse keizerin Maria Theresia en haar bondgenoten. Het Franse leger rukt april 1747 op richting Hulst. De aanval maakt onderdeel uit van de verovering van de Zuidelijke Nederlanden, op dat moment Oostenrijks bezit. Hoewel in de stad een troepenmacht van 4000 man is gelegerd en de vesting in prima conditie verkeert, besluit garnizoenscommandant luitenant-generaal Pieter de la Roque Hulst zonder slag of stoot over te geven. Dat gebeurt nadat hij eerst Sint Jansteen met gloeiende kogels heeft laten beschieten, een zinloze actie waarbij vrijwel het gehele dorp in de as wordt gelegd. De la Roque wordt voor deze daad veroordeeld tot levenslang, een straf die hij moet uitzitten in Slot Loevestein, dat fungeert als staatsgevangenis. Klik hier voor levensloop De La Roque . Nadat in mei 1748 een wapenstilstand wordt bereikt vertrekken de Fransen uit de stad. Hulst is berooid en gaat gebukt onder torenhoge schulden. De stad telt nog slechts circa 700 inwoners. Dat is nog minder dan in de 14e eeuw.

Oostenrijkse dreiging

De Republiek stuurt een grote troepenmacht naar Hulst omdat de stad mogelijk een aanval wacht van keizer Joseph II van Oostenrijk. Hij eist dat er een komt einde aan de sluiting van de Schelde, die al sinds 1587 voortduurt Klik hier voor meer over deze blokkade. Dit conflict loop voor Hulst met een sisser af.

Molen

Hulst heeft een rijke molengeschiedenis. In de 13e eeuw staan er in de stad drie getijmolens. In de 14e eeuw is er sprake van drie windgemalen van het type standerdmolen en 1 getijdemolen. Een kaart van de stad uit 1560 toont vier standerdmolens in en rond Hulst. Een van deze gemalen staat op het bolwerk aan het eind van de Overdamstraat. Deze wordt wegens bij de belegering van 1596 opgelopen schade vervangen. In 1641 volgt nog eens nieuwbouw. In 1792 verrijst ter vervanging van deze standerdmolen een stenen stellingmolen op het Molenbolwerk. Dat gebeurt op kosten van de Generaliteit, waardoor het gemaal de naam Stadsmolen draagt.

Willem op spotprent als Bacchus.  Collectie RijksmuseumWillem op spotprent als Bacchus. Collectie RijksmuseumFranse Tijd

Net als elders in de Republiek ontstaan er in de tweede helft van de 18e eeuw in Hulst grote spanningen tussen prinsgezinden en patriotten, anders gezegd Orangisten en mensen die ijveren voor democratisering van het bestuur. De rijken en de adel delen elkaar belangrijke bestuursposten toe. Het land wordt dus geregeerd door een kliek. In de Republiek heerst een breed gevoel van onbehagen, dat niet alleen wordt gevoed door het ondemocratische bestuur. De economie krimpt sinds 1720 door de afnemende handel. De lonen lopen terug en er heerst veel armoede. De toestand verergert door de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog (1780-1784). Die draait om de heerschappij in de wereldhandel en is ook een strafexpeditie omdat de Republiek de opstandelingen steunde tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog. De oorlog met de Engelsen loopt uit op een ramp voor de Republiek. Diverse koloniën gaan verloren terwijl de Engelsen honderden koopvaardijschepen buitmaken.

Deze ontwikkelingen voeden de roep om verandering bij de patriotten. De patriotten worden ‘kezen’ genoemd naar Kees de Gijzelaar, een in Dordrecht wonende voorman van de beweging. De patriotten kiezen vervolgens de keeshond tot hun symbool. Zij beelden Prins Willem V en zijn medegezinsleden af als zwijnen die de rechten van het volk vertrappen. De economische en bestuurlijke bovenlaag van de samenleving kiest in meerderheid partij voor de Patriottische kant, terwijl de arbeidende stand meer op heeft met de Oranjes. In delen van de gewesten Overijssel, Utrecht en Holland grijpen Patriotten de macht door de inzet van gewapende ‘vrijkorpsen’. De Orangisten voeren in Gelderland de boventoon. Stadhouder Willem V maakt een bestuurlijk zwakke Collectie RijksmuseumCollectie Rijksmuseumindruk. Wanneer de Patriotten de macht grijpen vertrekt hij vanuit Den Haag naar Paleis Het Loo bij Apeldoorn. 

Wilhelmina van Pruisen, echtgenote van Willem de Vijfde,  is echter uit een ander hout gesneden. Zij eist machtsherstel voor Willem en roept hulp in vanuit haar geboorteland. Vervolgens trekt in 1787 een Pruisisch leger van 20.000 man de Republiek binnen dat binnen korte tijd een flink aantal steden inneemt. De leiders van de Patriotten vluchten het land uit en de oude orde is hersteld.

In Hulst is de bestuurlijke bovenlaag patriottisch, maar de militairen van het garnizoen zijn Oranjegezind. Wanneer het carillon van de kerk in 1785 een patriottisch liedje speelt krijgt de burgemeester een dreigbrief. De inhoud: uw huis gaat in vlammen op wanneer het liedje nog langer ten gehore wordt gebracht. Aan de wens van de anonieme correspondent wordt voldaan. De militaire leiding dreigt het garnizoen in de stad te halveren wanneer op het stadhuis niet de Oranjevlag wordt gehesen. De eis wordt ingewilligd. Het zijn enkele voorbeelden van een serie incidenten.Patriottencafé, hetekend doorJean Baptiste Morret (1785-1825). Collectie RijksmuseumPatriottencafé, hetekend doorJean Baptiste Morret (1785-1825). Collectie Rijksmuseum

Franse bezetting

Wanneer in 1789 de Franse Revolutie uitbreekt neemt de oorlogsdreiging toe. Franse troepen trekken België binnen en nemen op 4 juli 1794 Gent in. Daarna veroveren ze Sluis na een beleg van vier weken. De Nederlandse regering besluit tot ontruiming van de vestingen Hulst, Sas van Gent en Axel. Dus marcheren Franse troepen op 23 oktober 1794 zonder slag of stoot de stad in.

De bezetters verordineren op 22 november dat Staats-Vlaanderen, dus ook Hulst, voorlopig wordt ingedeeld bij Oost-Vlaanderen met Gent als bestuurlijke hoofdstad. Op 16 mei 1795 wordt de regio toegevoegd aan Frankrijk. Staats-Vlaanderen maakt dan deel uit van het departement van de Schelde. Hulst en omgeving fungeren als 40e kanton van dat departement. De rest van het huidige Zeeland wordt pas in 1810 onderdeel van Frankrijk.

Religieuze ontwikkelingen

De kathedraal van Antwerpen ontsnapt aan de sloopweide. Foto Ad MeskensDe kathedraal van Antwerpen ontsnapt aan de sloopweide. Foto Ad MeskensDe leus van de Franse Revolutie luidt: ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’ (liberté, égalité et fraternité). De toepassing daarvan betekent dat er in Hulst na 150 jaar een eind komt aan de onderdrukking van de rooms-katholieke minderheid. Bij verkiezingen mogen mensen van alle stromingen worden verkozen. Overigens richt de Franse Revolutie zich vanaf 1792-1795, de periode die wordt aangeduid als ‘de terreur’ zich sterk tegen religie, in het bijzonder tegen de Rooms Katholieke Kerk. Kerk en Staat worden gescheiden waardoor de RKK niet langer fungeert als staatskerk. Dit proces van ‘déchristianisation’ (ontkerstening) gaat gepaard met een verbod op kloosters. De katholieke geestelijken worden beschouwd als ambtenaren die trouw moeten zweren aan de Franse Grondwet. Tal van religieuze gebouwen vallen onder de slopershamer. Het voornemen om de kathedraal van Antwerpen af te breken wordt niet uitgevoerd. Franse troepen nemen in 1798 de Kerkelijke Staat in. Paus Pius VI, die zich sterk verzet heeft tegen de antiklerikale Franse politiek, gaat in ballingschap.

De Fransen voeren een eigen kalender in met nieuwe namen voor de seizoenen en maanden. De weken maken plaats voor periodes van tien dagen (decades). Dit betekent dat de zondag ook is afgeschaft, ook al blijven de gelovigen in Hulst op die dag ter kerke gaan. Na de periode van de terreur worden de maatregelen enigszins verzacht.

Boerenkrijg

Niet alleen het antireligieuze beleid van de bezetter roept verzet op, dat geldt ook voor de invoering van de dienstplicht, het gebruik van het Frans als bestuurstaal en andere maatregelen die vervreemdend werken. In de Zuidelijke Nederlanden woedt in 1798 de Boerenkrijg, die vooral wordt gevoerd door plattelanders en welke zeker 5000 mensen het leven kost. Hulst krijgt hiervan een smeurtje mee wanneer een legertje onder leiding van de Clingenaar Macharius Rheyms op 21 oktober 1798 de stad inneemt. In Sas van Gent, Hoek en Zaamslag worden de Fransen eveneens verjaagd. De opstand is van korte duur uit schrik over de afloop in het zuiden. 

Klik hier om een reactie te plaatsen