headerbanner

Hulst is één van de meest belegerde steden van het land. De stad krijgt in de 15e eeuw stevige vestingwerken. Dat is hard nodig, zo bewees het in hoofdstuk 1  beschreven geweld dat de Hulst te verduren kreeg in de 14e eeuw. De versterkingen ten spijt ziet de stad in de eeuwen daarna de ene na de andere aanvaller opduiken. In de 16e eeuw komen ook nog de Beeldenstorm en twee pestepidemieën voorbij. 

Philips de GoedePhilips de Goede15e eeuw

Ommuring

Hertog van Bourgondië en Graaf van Vlaanderen Jan zonder Vrees verleent Hulst in 1413 toestemming voor het aanleggen van een ommuurde vesting. Zijn zoon Philips de Goede bevestigt die permissie in 1426. Versterking is nodig omdat gevaar dreigt uit de graafschappen Zeeland en Holland. De hertogen hebben makkelijk praten, maar Hulst heeft helemaal geen geld om de stad te versterken. Dat komt niet alleen door de grote schuldenlast maar ook doordat de hertog zelf geld onttrekt aan de stadskas.

Gentse opstand

De zware lasten die Philips zijn onderdanen oplegt leidt tot groeiend verzet. In Gent komt het zelfs tot een nieuwe opstand. Een leger trekt er in 1452 op uit om Hulst in te nemen. De strategisch gelegen stad, omgeven door een voedselrijk gebied, is een geschikt eerste aanvalsdoel in de strijd tegen de Bourgondische heersers. De aanval mislukt doordat de Gentenaars buiten de stad in een hinderlaag worden gelokt. Een tweede aanval is wel succesvol. De Gentenaars veroveren Hulst op 17 september 1452. Ze moorden het garnizoen uit, plunderen de stad en steken deze in brand. Axel en Zaamslag ondergaan hetzelfde lot.

VestingwalVestingwalOmmekeer

Na deze verschrikkingen komt er zo waar een gunstige wending in de lotgevallen van de Hulstenaren. De Bourgondische hertog en tevens graaf van Vlaanderen Philips de Goede besluit tot herbouw van de stad en maakte het financieel mogelijk om Hulst eindelijk te voorzien van sterke vestingwerken. Reeds in het jaar daarop worden volop woningen hersteld of geheel herbouwd, grachten gegraven en wallen opgeworpen. Nadat Phillips in 1467 overlijdt wordt hertog Karel de Stoute Graaf van Vlaanderen. Tijdens zijn regering tot 1477 kan Hulst op adem komen.

Nieuwe opstand Gent

Gravensteen GentGravensteen GentNa de dood van Karel de Stoute wordt Maria van Bourgondië gravin. Zij trouwt in hetzelfde jaar met aartshertog Maximiliaan I van Oostenrijk. Maria sterft op 29 maart 1482 op 25-jarige leeftijd na de val van haar paard tijdens een jachtpartij in de bossen van kasteel van Wijnendale bij Torhout. De Vlamingen aanvaarden vervolgens Maximiliaan als hun heer. Hij komt echter in conflict met Gent. De stad eist dat hij vrede sluit met Frankrijk, waarmee de stad goede handelsbetrekkingen onderhoudt. Maximiliaan sluit dan onder druk van Gent in december 1482 de Vrede van Atrecht. Nadat de Franse koning Lodewijk XI het jaar daarop overlijdt zegt de aartshertog het verdrag weer op. Dat is de aanleiding tot opstand. Gentse troepen bezetten Hulst in 1484.

Aanval Engelse huurlingen

Nadat de bezetters weer zijn vertrokken wordt Hulst in 1485 opgeschrikt wanneer een bende van honderd door Gent betaalde Engelse huurlingen binnendringen, die zich schietend een weg baant door Hulst. De noodklokken luiden en daardoor komen gealarmeerde inwoners van stad en land opdagen. De kapitein van de invallers besluit daarop zich met zijn mannen terug te trekken in het uit 1455 stammende, dus nog bijna nieuwe stadhuis. De Hulstenaars steken het vervolgens in brand. Enkele Engelsen die uit de ramen springen worden op straat gedood. De anderen komen om in de vlammen.

Vijf Gentse aanvallen

HavenHavenIn 1487 sluit Brugge zich aan bij het opstandige Gent. Hulst wordt dan snel opnieuw doelwit. Gentse troepen proberen in 1488 vier keer en in 1489 een keer vergeefs om de stad in te nemen. De versterkingen bewijzen dus hun waarde. Op 7 juli 1491 slagen de Gentenaren wel in hun opzet en wordt Hulst veroverd. Door het betalen van de heleft van de geëiste 700 Vlaamse ponden kunnen de inwoners voorkomen dat de stad in vlammen opgaat. Omdat Hulst er niet in slaagt om deze brandschatting geheel te betalen wordt een aantal gijzelaars in Gent opgesloten. Zij worden losgelatenj nadat aartshertog Maximilliaan in 1492 vrede sluit met Gent en die stad de ontbrekende 350 ponden kwijtscheldt. Overigens is deze (laatste) bezetting van de stad door Gentenaren van korte duur, want zondag 9 oktober kruipen er vijftig soldaten van Maximiliaan uit het ruim van een schip dat de avond ervoor de stad is binnengelaten. Zij krijgen hulp van inwoners die de koning trouw waren en slagen erin de bezetters te verslaan. Het verhaal doet denken aan wat er een eeuw later in 1590 in Breda gebeurt. Daar kruipen dan Staatse soldaten uit een binnengevaren turfschip en veroverden vervolgens de stad op de Spanjaarden. Keizer Maximiliaan schenkt Hulst na de herovering kwijtschelding van alle schulden aan Gent en Brugge.

Kerk

Vanaf 1462 wordt de kerk verbouwd onder leiding van architect Everaert Spoorwater. Het gebouw krijgt dan een koor in laatgotische stijl. Het romaanse schip en de toren branden in 1469 af. Daar Spoorwater intussen is overleden krijgt Herman de Waghemakere vervolgens de opdracht tot de bouw van het huidige schip, dat uit vijf traveeën bestaat. Herman en zoon Dominicus, die later zijn vader bij het werk in Hulst opvolgt, behoren tot de beroemdste architecten van de Brabantse gotiek en waren ook betrokken bij de bouw van onder andere de kathedraal van Antwerpen, het Broodhuis op de Grote Markt in Brussel en het stadhuis van Gent. Vanaf het vierde kwart van de 15e eeuw komen er grote glas-in-loodramen in het hoogkoor. De huidige dateren overigens uit het begin van de 20e eeuw.

16e eeuw

Beroepen

PassementPassementDe beroepsgroepen hebben sinds de Middeleeuwen eigen belangenorganisaties, de gilden. Deze zien ook toe op de kwaliteit van de producten en diensten. De meeste gilden hebben een eigen altaar in de kerk en zijn daar dus sterk mee verbonden. P. J. Brand geeft in zijn boek De Geschiedenis van Hulst een overzicht van deze categorie beroepsgroepen: beenhouwers (slagers), fruiteniers (fruittelers), tuinders, linnenwerkers, wolwevers, pottenbakkers, hout- en steenbewerkers, kleermakers, passementsmakers (zij maakten speciaal borduurwerk), schoenmakers, gareelmakers, linnengoedverkopers, kruideniers, bakkers, kruiwagenkruiers, schippers en visverkopers. De gilden van de zoutzieders en de brouwers hadden geen eigen altaar in de kerk.

Dubbele Poort

Het stadsbestuur geeft in 1506 opdracht tot de bouw van de Keldermanspoort (andere namen zijn Bollewerckpoort en Dobbele Poort). Deze komt tot stand bij een zwakke plek in de vesting, waarlangs de Gentenaren in 1491 bij verrassing binnen konden dringen. Het verdedigingswerk is van is het type dubbele poort, met doorgangen voor de scheepvaart en het wegverkeer.

Basiliek en stadhuisBasiliek en stadhuisStadhuis

In 1522 is Hulst financieel zo gezond dat het stadsbestuur de keizer om toestemming vraagt voor herbouw van het in 1485 verbrande stadhuis. Diens adviseurs komen met de reactie dat het goed zou zijn om de bevolking te raadplegen bij de besluitvorming. Een vroeg geval van inspraak of burgerparticipatie. Tijdens een zeer druk bezochte volksvergadering valt het besluit om eerst de vesting te repareren en verder te verbeteren. Op 11 mei 1528 geeft keizer Karel de Vijfde alsnog groen licht. De ruïne op de Grote Markt verandert in de jaren 1530-1540 in een laatgotisch stadhuis, naar een ontwerp van Laurens Keldermans II. In 1547 wordt de keizerlijke adelaar aangebracht als torenbekroning.

Hervorming

De door de Duitse geestelijke Maarten Luther ingezette kerkelijke reformatiebeweging ontmoet in het tweede kwart van de 16e eeuw ook sympathie in Hulst. Dat blijkt uit de verbranding op de Groote Markt van door hem geschreven boeken. Diverse aanhangers van de nieuwe leer worden omgebracht, onder wie Nele Faes. Zij wordt in 1533 ‘ter cause van de secte Lutherane ghedolven’. Het laatste wil zeggen: levend begraven. De Lutheraan Jan de Hollander wordt op de Groote Markt onthoofd. Vooral middenstanders, waarvan er velen weinig op hebben met de Rooms Katholieke Kerk, treden toe tot de nieuwe leer. Vanaf 1561 worden er in de bossen bij Clinge hagenpreken gehouden en zijn er bijeenkomsten in herbergen in de stad. Sommige protestanten durven het aan om openlijk kritiek uit te oefenen op de katholieke kerk. Nadat molenaar Jan de Grave uit Lamswaarde de leer van de transsubstantiatie loochent wordt hij februari 1565 levend verbrand op de Groote Markt.

Gedenkplaat in basiliekGedenkplaat in basiliekBeeldenstorm

Aanhangers van de nieuwe leer maken zich op 26 augustus 1566 schuldig aan het vernielen van kruisen, altaren en andere kostbare voorwerpen in de kerk. Diverse Beeldenstormers moeten dat met de dood bekopen. De overheid maakt een eind aan de diensten die de Hervormingsgezinden houden in een leegstaande zoutkeet ten noorden van de stad. De zeer geleerde Cornelius Jansenius (Hulst 1510 – Gent, 13 april 1576) komt als de rust is weergekeerd naar zijn geboortestad om de nieuwe altaren in de kerk in te wijden. Hij dient vanaf 1564 tot aan zijn dood als eerste bisschop van Gent.

Kerk en stadsbrand

Onder leiding van Laurens Keldermans wordt de kerk rond 1535 voltooid. Een ramp treft Hulst op 6 juni 1562 wanneer de bliksem inslaat in de toren. Vrijwel de hele kerk wordt een prooi der vlammen. Het vuur slaat over naar de omgeving, Meer dan 160 huizen worden in de as gelegd evenals beeldbepalende gebouwen waaronder het refugiehuis van Cambron, het vleeshuis en het Landshuis in de Steenstraat, waar de overheden van het Hulster Ambacht resideren. De brand leidt tot een verbod op het gebruik van rieten daken. Voortaan mogen alleen pannen en leien worden gebruikt. Het herstel van stad en kerk wordt voortvarend aangepakt. Dat kan omdat koning Philips II het Hulst toestaat extra belastingen en accijnzen te heffen.

Kapel voor Heilige Rochus in Deursen-DennenburgKapel voor Heilige Rochus in Deursen-DennenburgPest

De stad wordt in 1530 getroffen door een pestepidemie die tot begin 1532 aanhoudt. Drie maanden achtereen trekt een processie door Hulst waarin het stadsbestuur en vele notabele inwoners meelopen. Bovendien worden er missen opgedragen bij het altaar van Sint Rochus, een van de zes pestheiligen.

Deel voormalig havenkanaal bij Sasdijk (luntershoek)Deel voormalig havenkanaal bij Sasdijk (luntershoek)Scheepvaartverbinding

De toestand van het havenkanaal, dat de stad verbindt met de Schelde vraagt voortdurend aandacht wegens het gevaar van dichtslibbing. Dat probleem wordt bestreden met een molschuit en een werkschip. Het rabat, dat fungeert als sluis en als hulpmiddel bij het peilbeheer, is onderhoudsgevoelig en aan slijtage onderhevig. Het werk moet in 1530 en 1555 vier maal grondig worden hersteld, wat kapitalen kost. Uiteindelijk volgt in 1562 de aanleg van een nieuw sas. Deze ligt in de Stoppeldijkpolder, ter hoogte van de huidige Havenweg tussen de Margaretsedijk en de Provincialeweg.

Tachtigjarig Oorlog

De inwoners van Vlissingen werpen in 1572 eigenhandig de Spaanse bezetting buiten de poorten, een unieke actie in de Tachtigjarige oorlog. De stad verklaart zich voor de Prins van Oranje. De Watergeuzen nemen vervolgens bezit van Vlissingen. In 1573 bezetten ze Biervliet en in 1576 Terneuzen. Omdat zij met hun schepen de Schelde beheersen valt de handel vrijwel stil.

Gentse Bezetting

ParmaParmaIn Antwerpen slaan soldaten in 1576 aan het muiten nadat hun uitbetaling van hun soldij alsmaar uitblijft. Ze plunderen de stad en steken die in brand. Hierover ontstaat in de Lage Landen grote verontwaardiging onder zowel katholieken als protestanten. Prins Willem van Oranje maakt daar politiek gebruik van. Hij weet 8 november 1576 te bereiken dat de gewesten van de Nederlanden zich verenigen in een Generale Unie. Deze overeenkomst, de Pacificatie van Gent, houdt onder meer in dat Willem van Oranje wordt erkend als stadhouder van Holland en Zeeland en dat alle vreemde troepen de Lage Landen moeten verlaten. Dat laatste gebeurt ook in Hulst. De stad wordt in 1578 bezet door Gentse troepen, die het minderbroederklooster plunderen en de monniken verdrijven. De Pacificatie van Gent voorziet in een verbod op de katholieke eredienst in Zeeland en Holland terwijl elders officieel godsdienstvrijheid geldt. In Hulst en omgeving is van het laatste geen sprake. Protestanten nemen overal in De Vier Ambachten bezit van kerken. Rondtrekkende geuzen verwoesten onder andere de kloosterkapellen in Hulsterloo (Nieuw-Namen), Lamswaarde en Stoppeldijk. De kerk van Hulst wordt het slachtoffer van een tweede Beeldenstorm. In Gent grijpen protestanten in 1577 de macht. Ze besturen de stad tot 1584, wanneer de Spaanse veldheer Parma (Alexander Farnese) Gent inneemt.

Spanjaarden terug

Huis op de MoffenschansHuis op de MoffenschansDe Terneuzense baljuw Servaas van Steelant verraadt in 1583 de Staatse kant. Daardoor komen Hulst, Axel en Sas van Gent en Terneuzen weer in Spaanse handen. Nog in hetzelfde jaar slagen de Staatse troepen er onder aanvoering van de graaf Philip van Hohenlohe in om Terneuzen te heroveren. De graaf laat daar De Moffenschans aanleggen, tot bescherming van Terneuzen. De geuzen beheersen vanuit deze positie nog beter dan voorheen de controle op de Schelde. Bovendien worden de Spaanse troepen vanuit Terneuzen ernstig bedreigd. In de jaren 1583-1585 volgt de inundatie van grote delen van De Vier Ambachten. Langs de waterstromen leggen beide partijen forten aan en ontstaan de Staats-Spaanse Linies. De dreiging voor Hulst neemt toe wanneer Staatse troepen in 1586 Axel heroveren. Vanuit die stad doen ze regelmatig aanvallen op Hulst.

Prins Maurits belegert de stad in 1591. Collectie RijksmuseumPrins Maurits belegert de stad in 1591. Collectie RijksmuseumMaurits verovert Hulst

Prins Maurits komt 18 september 1591 bij Perkpolder aan land met een troepenmacht van 4000 man. Hij slaat op 21 september het beleg rond Hulst. Wanneer drie dagen later alle kanonnen in stelling zijn gebracht geeft garnizoenscommandant Michel de Castillo de stad over zonder dat er een schot is gelost. De Spaanse soldaten mogen Hulst vervolgens vrij verlaten. Op bevel van Parma wordt De Castillo op 11 oktober in het Steen in Antwerpen onthoofd omdat hij zonder slag of stoot capituleerde. Direct na de inname van Hulst komt er een nieuw stadsbestuur onder toezicht van Gouverneur Georgius Everhard, graaf van Solms, vrijheer van Mintzenberg, kolonel van Zeeland. De katholieke geestelijken verlaten Hulst. De meeste inwoners blijven overigens trouw aan de oude moederkerk.

Belegering door aartshertog Albrecht in 1596. Collectie RijksmuseumBelegering door aartshertog Albrecht in 1596. Collectie RijksmuseumWeer onder Spaans bestuur

Voormalig Fort Zandberg bij KrabbenhoekVoormalig Fort Zandberg bij KrabbenhoekAartshertog Albert van Oostenrijk trekt in 1596 ten strijd met een leger van mogelijk 30.000 man. Onduidelijk is of hij eerst naar Breda, Geertruidenberg of Hulst trekt. Prins Maurits verplaatst zijn troepen naar Breda. Dat blijkt een vergissing, want de aartshertog rukt op naar Hulst. Het stadsbestuur zet polders rond Absdale, Clinge en Kieldrecht onder water om zijn opmars te bemoeilijken. Albertus bereikt met zijn leger in juli 1596 de forten Moerschans en Zandberg, die hij na een dagenlange strijd inneemt. Hij slaat op 9 juli het beleg om Hulst dat zwaar onder vuur komt te liggen. Een groot deel van de stad wordt in puin geschoten. De kerk raakt zo zwaar beschadigd dat velen zich afvragen of deze nog te herstellen is. De strijd kost aan beide zijden aan duizenden mensen het leven. Van Solms geeft de stad op 16 augustus over, hetgeen Prins Maurits hem overigens bijzonder kwalijk neemt. Klik hier voor meer informatie.  De ellende in de stad wordt na de inname nog vergroot wanneer de pest uitbreekt. September 1597 loopt de stad onder door een springvloed die nog meer schade aanricht. Hulst, dat ook opdraait voor het huisvesten van het bezettingsleger, raakt vrijwel failliet. De 16e eeuw eindigt dus inktzwart.

Klik hier om een reactie te plaatsen