headerbanner

Filips van den Elzas, Graaf van Vlaanderen verleent Hulst in 1180 stadsrechten. Die komen de handelsnederzetting sterk ten goede. In 1228 is er sprake van een kerk die later zal uitgroeien tot de Sint Willibrordusbasiliek. Abdijen zijn aan het eind van de Middeleeuwen druk in de weer met bedijkingen rond de stad. Zo ontstaat er een uitgestrekt polderlandschap. Hulst lijdt onder de concurrentie tussen Gent en Brugge. Die vertaalt zich vaak in oorlogsgeweld, terwijl de Gentenaren zich ook te buiten gaan aan plundering.

Detail kaart Vier Ambachten. Collectie Het Warenhuis museum het land van AxelDetail kaart Vier Ambachten. Collectie Het Warenhuis museum het land van Axel

Karel de Kale Karel de Kale Periode tot 11e eeuw

Het oosten van Zeeuws-Vlaanderen wordt al bewoond sinds de Oudheid. Dat blijkt uit de vondsten uit circa 1000 voor Christus (Late Bronstijd) in de Meester Van der Heijdengroeve in Nieuw-Namen.

Hulst wordt voor het eerst genoemd in 861 in een kroniek over Karel de Kale, koning van West-Francië. Dat rijk bestaat grofweg uit Frankrijk en Vlaanderen. In 892 schenkt de Duitse keizer Otto III het Castrum Hulst aan bisschop Adelbold van Utrecht. Castrum is Latijn naam voor een legerkamp. Het gaat dus om een verdedigingswerk. Onder een huis in de Kruisstraat liggen resten van zware funderingen. Die zijn misschien van het Castrum.Vuurstenen en andere vondsten groeve Nieuw- NamenVuurstenen en andere vondsten groeve Nieuw- Namen

Boudewijn IVBoudewijn IV11e eeuw

Graaf Boudewijn IV van Vlaanderen ontvangt in 1012 Hulst in leen, waardoor het dorp onder het gezag komt van het Graafschap Vlaanderen. De rest van de latere provincie Zeeland komt aan de Graaf van Holland.

12e eeuw

Kapel

Hulst bezit een kapel die is gewijd aan Sint Pieter. Deze staat dan vermoedelijk in de buurt van de Vismarkt. Een logische plek aan het eind van de haven, die Hulst verbindt met de Schelde. De kapel brandt in 1101 af en wordt met toestemming de bisschop van Utrecht drie jaar later herbouwd.

Watersnood

De Allerheiligenvloed in 1170 verandert het oosten van Zeeuws-Vlaanderen in een gebied van schorren en eilandjes. Door bedijkingen wordt heel veel verloren land later teruggewonnen (zie 13e eeuw).

Kern

De kern van Hulst wordt in de 12e eeuw vermoedelijk begrensd door de Vismarkt, de Broodmarkt, de Korte Nieuwstraat en de Grote Zwanenstraat. De inwoners worden door het Castrum beschermd tegen invallen van de Noormannen.Middeleeuwse haven Bierkade Middeleeuwse haven Bierkade

 Stadsrechten

De Vlaamse graaf Filips van de Elzas (1142 –1 juni 1191) verleent Hulst in 1180 stadsrechten. Daaronder valt de vrijstelling van alle tollen in Vlaanderen, uitgezonderd die van Sint Omaars (Fr. Saint Omer). Dat komt de plaatselijke handel zeer ten goede. Axel en Biervliet, dorpen die eerder dan Hulst een volwaardige parochiekerk bezitten, krijgen pas drie jaar later stadsrechten. Dat zegt iets over het snel groeiend belang van Hulst.

Keur en Ambachten

Filips verleende de stad in 1170 al rechten die in 1242 worden uitgebreid. Ze zijn verwoord in de ‘Keure der Vier Ambachten’ van gravin Johanna van Constantinopel. In keuren staan in de Middeleeuwen de bevoegdheden van de ambachtsheren die namens de graaf een gebied besturen (ambachtsheerlijkheden). Ze bevatten ook regels over de rechtspraak.Raam Vier Ambachten in WillibrordusbasiliekRaam Vier Ambachten in Willibrordusbasiliek

Ambachten

De Vier Ambachten vormen al sinds circa het jaar 1000 een samenwerkingsverband, dat naast het oostelijke deel van Zeeuws-Vlaanderen ook stukken omvat van Oost-Vlaanderen. Ze zijn als volgt onderverdeeld: 1)Hulster Ambacht, met behalve Hulst, Hengstdijk, Hontenisse, Ossenisse, Graauw en Sint Jansteen. 2)Axeler Ambacht, met behalve Axel onder meer Terneuzen, Zaamslag, Westdorpe, Zuiddorpe en Wachtebeke. 3)Assenedener Ambacht, met behalve Assenede onder meer Ertvelde en Sas van Gent. 4)Boekhouter Ambacht, met behalve Boekhoute onder meer Oosteeklo, Bassevelde en Biervliet. Klik hier voor meer informatie over de keur van De Vier Ambachten

Kasteel

Fundamenten Maalstede in KapelleFundamenten Maalstede in KapelleRond 1200 verrijst het Kasteel van Hulst. Mogelijk geeft de in 1198 overleden Wolfert van de Maelstede I opdracht tot de bouw. De eerste bewoner is zijn zoon Wolfert II. De achternaam is afgeleid van de maalrechten die de familie bezit in Hulst en Kapelle. In laatstgenoemd dorp staat hun stamslot, waarvan de fundamenten en omgrachting bewaard zijn gebleven. Het Kasteel van Hulst wordt gedurende circa 125 jaar bewoond door heren van het geslacht Van de Maelstede, waarvan de meesten het ambt van schout bekleden. Een schout functioneert vanaf de Middeleeuwen tot aan het begin van de Franse Tijd in 1795 als openbaar aanklager. Hij is ook voorzitter van de vierschaar, oftewel de rechtbank. De naam is ontleend aan de vier banken waartussen recht wordt gesproken.

BasiliekBasiliekKerk

In 1228 is er sprake van een kerk in Romaanse stijl op de plaats van de huidige Sint Willibrordbasiliek. Het gebouw groeit uit tot een volwaardig bedehuis met toren, driebeukig schip en (hoog)koor. In 1300 krijgt de kerk een carillon, het eerste in de regio. Kasteelheer Wolfert II van de Maelstede wordt genoemd als animator van de kerkbouw, maar zeker is dat niet. Wel is bekend dat hij zich het recht toe-eigent om zelf pastoors te benoemen. Hij doet daar in 1248 uit berouw afstand van.

Inpoldering

De 13e eeuw staat sterk in het teken van inpolderingen. Vijf abdijen verwerven in deze tijd veel bezit in de regio en zijn verantwoordlijk voor dee deel van de bedijkingen:

A)Ter Duinen

Hof te Zandekerk KloosterxzandeHof te Zandekerk KloosterxzandeGraaf Filips van den Elzas geeft de benedictijnen van de Sint Pietersabdij in Gent toestemming om de schorren rond Hontenisse en Ossenisse in te laten polderen. Zij doen in 1196 vrijwillig afstand van dat recht, nadat ze kennelijk niet in staat zijn het water te temmen. Lekenbroeders van de cisterciënzer abdij Ter Duinen in Koksijde (West Vlaanderen) nemen het schorrengebied over van de Sint Pietersabdij. Zij bedijken eerst de Mariapolder ten noorden van Groenendijk. Daarna volgt de Zandepolder. Hier stichten zij hun befaamde uithof Hof ter Zande en ontstaat het dorp Kloosterzande. Daarna bedijken ze polders ten noorden van kreek De Vogel. Wolfert van Maelstede schenkt de abdij Ter Duinen in 1233 Elfdike en Frankendijk, waar een tweede uithof verrijst. Dit gebied lag ten noorden van Graauw in het huidige Verdronken Land van Saeftinghe.

Baudeloo-raam in WillibrordusbasiliekBaudeloo-raam in WillibrordusbasiliekB)Baudeloo

De polders ten zuiden van de Vogel zijn vanaf 1233 in het bezit van de abdij van Baudeloo in Klein-Sinaai, een dorp ten zuiden van Koewacht in Oost-Vlaanderen. Zij stichten een uithof bij het huidige gehucht Molenhoek, even ten oosten van Terhole.Kreek De VogelKreek De Vogel

C)Ter Doest

In 1225 verwerft de cisterciënzer abdij Ter Doest uit Lissewege (West Vlaanderen) het gebied ten oosten van kreek de Vogel. Daar ontstaan onder meer de Melopolder, de Oude Graauwpolder en de Willem Hendrikspolder. Ter Doest is waarschijnlijk ook verantwoordelijk voor het aanleggen van de Moervaart tussen Hulst en het verdwenen Hulsterloo (Nieuw Namen) en de Langendam, zuidelijk van Graauw.Cambron-raamCambron-raam

D)Cambron

Deze abdij is gevestigd in het dorp Cambron-Casteau in de Belgische provincie Henegouwen. Zij bezit  gebied westelijk van Hulst. Daar ontstaan de Havikpolder, de Riet- en Wulfsdijkpolder. De abdij sticht de uithof Stoppeldyck in de Hofpolder, die later opgaat in de in 1731 bedijkte Havikpolder. Rond de kloosterboerderij ontstaat het dorpje Oud Stoppeldijk, dat in de 16e eeuw verdwijnt door inundaties. Het huidige dorp Stoppeldijk ligt enkele kilometers noordelijker. Aan het werk van de abdij herinneren de Groot- en Klein Cambrondijk en de Cambronsestraat bij de gehuchten Luntershoek en Patrijzenhoek.Groot Cambrondijk bij LuntershoekGroot Cambrondijk bij Luntershoek

E)Drongen

Deze even ten westen van Gent gelegen abdij is betrokken bij het in cultuur brengen van het gebied rond Hengstdijk ten noorden van kreek De Vogel. Het gaat om de Groot Hengstdijkpolder, de Klein Hengstdijkpolder, de Zoute Polder en een klein deel van de Rummersdijkpolder.Vlaanderen in de tweede helft van de 14e eeuw. Illustratie Sir IainVlaanderen in de tweede helft van de 14e eeuw. Illustratie Sir Iain

14e eeuw

Handel

Jan Lockefeer schrijft in zijn boek De Haven van Hulst over de handelsproducten in de 14 eeuw. Blijkens het stedelijke tolreglement uit 1317 en een document over het havengeld uit 1358 gaat het om bier, wijn, turf, zout, wol, laken, graan, kaas en vis. Vooral de handel in zout is in de Middeleeuwen een belangrijke inkomstenbron. Het zout is afkomstig uit de moeren. Na winning wordt de turf verbrand. De as wordt vervolgens in zoutketen ingedampt. Deze manier van zoutwinning wordt aangeduid met de termen moernering, selnering en darinkdelven. Ook de graanhandel is in de 14e eeuw belangrijk. Dat komt doordat Hulst hiervoor het stapelrecht bezit. Zodoende moeten de boeren uit het Land van Waas en het Hulster Ambacht hun graan verplicht aanbieden op de markt van Hulst. Het gebruik om markt te houden op maandagen en donderdagen stamt uit deze tijd.collectie Stadsmuseum Zierikzeecollectie Stadsmuseum Zierikzee

Oorlog

Hulst zit aan het eind van de Middeleeuwen vaak klem tussen de belangen de elkaar fel beconcurrerende handelssteden Gent en Brugge. Dat komt de stad in de 14e en 15e eeuw duur te staan. Brugge komt in 1325 in opstand tegen Graaf van Vlaanderen Lodewijk I van Nevers die het naburige Sluis stadsrechten schenkt, waaronder het marktrecht. De graaf eist dat Hulst soldaten levert voor het leger waarmee hij het opstandige Brugge weer in het gareel wil zien te krijgen. De Hulster bestuurders onder aanvoering van schout en kasteelheer Jan van Maelstede weigeren echter om te voldoen aan dit wettelijke verzoek. Die daad zet kwaad bloed bij de Gentenaars, die Hulst toch al een kwaad hart toedragen wegens de handel tussen de stad en Brugge. Die levert Hulst veel geld op. Het conflict komt tot een climax wanneer Gent beslag legt op een schip uit Hulst dat beladen is met koopwaar uit Brugge. Dat is in 1326 het sein om de slechts met een lage verdedigingswal uitgeruste stad te bezetten. Diverse inwoners die ervan verdacht worden goede contacten te onderhouden met Brugge worden meegevoerd naar Gent. Wanneer Hulster stadsbestuurders kort daarop in Gent aankomen om hun vrijlating te bepleiten blijkt het te laat. De ‘verdachten’ zijn ter dood gebracht. De Gentenaren voeren bij de bezetting van de stad ook de door zijn rechtvaardig beleid geliefde schout Jan van de Maelstede gevankelijk weg. Als straf voor het opstandig gedrag tegen de graaf moet de stad ook de kosten dragen van het garnizoen dat Gent in Hulst heeft gestationeerd.Raam Olivier van LamswaardeRaam Olivier van Lamswaarde

Plunderingen en fraude

De Gentenaren ondernemen in het tweede kwart van de 13e eeuw vele plundertochten in het Hulster Ambacht. Dat is niet de enige plaag die de bevolking treft. De inwoners lijden zwaar onder de praktijken van hun eigen frauduleuze en corrupte schepenen. Voor de beproefde bevolking van stad en land betekent het aantreden van Lodewijk van Male een tijdelijke zegen. Hij is van 1346 tot 1384 Graaf van Vlaanderen. Lodewijk dagvaardt in 1350 de van fraude verdachte schepenen Julien de Costere, Wouter Hals, Olivier van Lamsweerde, Willem Heinrix-zone Pieter de Smit en Willem de Wale. Zij worden veroordeeld tot het betalen van een persoonlijke boete ter waarde van 400 pond Vlaams (1 pond was 6 gulden) en worden voor de rest van hun leven uitgesloten van het schepenenambt.

Marktrecht

Graaf Lodewijk Flandria Illustrata 1641Graaf Lodewijk Flandria Illustrata 1641Graaf Lodewijk geeft Hulst in 1350 recht om jaarmarkten te houden in mei en augustus. Hij bevestigt in de daarop volgende jaren het door zijn voorgang Lodewijk van Bethune in 1315 genomen besluit dat de stad geen belasting verschuldigd is aan de Vier Ambachten. Als uitvloeisel van dit besluit behoeft Hulst ook geen polder- en waterschapslasten te betalen. Daaraan komt op 1 januari 1965 een eind bij de totstandkoming van het Waterschap Hulster Ambacht.

Accijnzen

De gunstige besluiten van de graaf ten spijt blijft Hulst een armlastige stad die steeds dieper wegzakt in de schulden. De graaf staat het Hulst daarom toe om vanaf 1354 de belastingen alsmaar te verhogen. De stad krijgt veel inkomsten binnen door de accijnzen op wijn en bier. De Hulstenaren zijn grote liefhebbers van alcoholische dranken en worden dan ook in en buiten Vlaanderen aangeduid als ‘wiinsupers’.

Opstand Gent

Lodewijk van Male leidt een losbandig leven en smijt daarbij ook nog eens met geld. Hij laat dan ook een nieuwe belasting heffen die voor Gent negatiever uitvalt dan voor Brugge. In 1379 slaat de vlam in de pan wanneer de inwoners van Gent weigeren om nog langer geld af te dragen aan de graaf. Hun leger wordt echter op Allerheiligen 1380 in de pan gehakt bij Langerbrugge, even ten noorden van de stad.
Het jaar daarop hervatten de Gentenaars de strijd. Zij bezetten Hulst en omgeving en plunderen alles wat los en vast is. Al het slachtvee en de opbrengsten van het gewas in het Hulster Ambacht wordt onder dwang afgestaan aan de opstandige stad. Graaf Lodewijk wordt in 1384 vermoord en opgevolgd door zijn schoonzoon, de bourgondische hertog Philips. Die slaat samen met de Franse koning Karel de Vierde het beleg om Gent. Hun legers gaan verwoestend te keer in de Vier Ambachten. De hele streek wordt vrijwel uitgemoord als straf voor het leveren van voedsel aan Gent.
Met de Vrede van Doornik komt er in 1385 er een eind aan de opstand. Hertog Filips legt Gent nauwelijks strafvoorwaarden op en handhaaft de overheersing van die stad over Hulst en de Vier Ambachten.